Tijdens mijn onderzoek naar de Sédyksters – een verdwenen leefgemeenschap langs de zeedijk – kwam ik in oude archieven een bijzondere familienaam tegen: Pothuisje, later ook Pothuis. Mijn aandacht werd vooral getrokken door Pieter Pothuisje (1811-1849), die aan de zeedijk woonde onder Tzummarum, in het eerste huis vanaf Dykshoek.
Terwijl ik me verder verdiepte in deze familiegeschiedenis, kreeg ik bericht van de Stichting Bildts Aigene. Zij hadden een stapeltje oude rouwbrieven klaarliggen voor het dorpsarchief van Minnertsga. Het ging om rouwbrieven van Pieter Braaksma en zijn vrouw Jeltje Pothuis en verwante familieleden.
Dat was voor mij een mooie aanleiding om me verder te verdiepen in dit echtpaar. Al jarenlang bewaar ik namelijk een knipsel over hen uit het vroegere tijdschrift Fan Fryske Grûn. Deze vondst bracht het verhaal ineens weer tot leven.

Wie was Jeltje Pothuis?
Jeltje Pothuis is geboren op 19 september 1855 in Firdgum als dochter van Jan Pothuis (1822–1864) en Klaasje Zijlstra (1820–1886). Haar vader kwam van oorsprong uit Firdgum, waar hij is geboren en overleden. Haar moeder kwam uit Sint Jacobiparochie en stierf op 66-jarige leeftijd in Minnertsga. Jeltje groeide op in een gezin van vader en moeder en zes zussen. Zij was de tweede in de rij. Een jonger zusje heeft zij nooit gekend, omdat dit kind al vóór Jeltje haar geboorte is overleden.
Eind november 1877 is Jeltje in Minnertsga ingeschreven als dienstmeid. Op dat moment is zij zwanger, en in maart 1878 bevalt zij van haar zoon Jan, van wie zij als ongehuwde moeder werd geregistreerd. In de geboorteakte wordt niet expliciet vermeld dat de vader onbekend is, hoewel dat destijds vaak wel gebeurde. Enkele maanden na de bevalling raakte zij opnieuw zwanger en begin april 1879 kreeg zij een dochter, Klaasje.
De geboorte van haar eerste kind is aangegeven door Foppe Faber, terwijl bij de tweede aangifte de naam van arbeider Pieter Braaksma wordt genoemd. Zoon Jan is in Sint Jacobiparochie geboren en Klaasje in Minnertsga.
Uit het bevolkingsregister blijkt dat Pieter Braaksma op 20 mei 1878 is ingeschreven in Minnertsga, samen met Jeltje Pothuis en haar zoon Jan, die de achternaam Pothuis draagt. Achter zijn naam staat de aanduiding ‘onecht’. Volgens het register zijn zij overgekomen uit Sint Jacobiparochie. Jeltje’s dochter Klaasje werd op de dag van haar geboorte al als inwoner van Minnertsga geregistreerd, eveneens met de aantekening ‘onecht’.

Nadat ze van de twee ‘onechte’ kinderen was bevallen, trouwde zij in juli 1880 met de man die wij al eerder is genoemd, Pieter Braaksma. Beide zijn zij dan 24 jaar. In de huwelijksakte staat het volgende genoteerd:

‘Voorts verklaarden de comparanten bij deze voor het hunne te erkennen een kind van het mannelijke geslacht genaamd Jan, geboren te Sint Jacobiparochie den
tienden Maart achttienhonderd achtenzeventig en een kind van het vrouwelijke geslacht genaamd Klaasje geboren te Minnertsga den elfden April achttienhonderd negenenzeventig, beide uit Jeltje Pothuis.’

Daarmee kregen de beide kinderen de familienaam Braaksma toegekend. Later zijn er in het gezin nog zes kinderen geboren: Jacob, Tjitske, Willem, Jannigje, Trijntje en Fetzen.

Huwelijksjubilea
Jeltje Pothuis en Pieter Braaksma hebben samen met hun kinderen verschillende huwelijksjubilea gevierd. In de Franeker Courant plaatsten de kinderen meerdere keren een feestelijke advertentie ter gelegenheid van deze bijzondere momenten.
Toch valt daarbij iets opmerkelijks op. In alle advertenties wordt 28 oktober genoemd als de datum waarop het huwelijk werd herdacht. Zo staat in een advertentie uit 1917 vermeld dat het echtpaar toen veertig jaar getrouwd was. Dat zou betekenen dat zij op 28 oktober 1877 in het huwelijk zijn getreden.
De officiële archieven van de burgerlijke stand vertellen echter een ander verhaal. Volgens de huwelijksakte trouwden Jeltje en Pieter op 17 juli 1880. Dat roept natuurlijk vragen op. Is er misschien sprake van een vergissing? Of is er in de loop van de tijd verwarring ontstaan over de datum?
Na herhaald onderzoek van de archiefstukken blijft de officiële huwelijksdatum van 17 juli 1880 echter overeind. Waarom de familie toch jarenlang 28 oktober 1877 als huwelijksdatum aanhield, blijft onduidelijk. Misschien wilden Jeltje en Pieter daarmee verhullen dat hun kinderen Jan en Klaasje al vóór het huwelijk waren geboren. Zekerheid daarover zullen we  waarschijnlijk nooit krijgen. Het antwoord op die vraag zal vermoedelijk voorgoed verborgen blijven in de nevelen van het verleden.

Knipsel Fan Fryske Grûn
Bij het bijzondere knipsel uit het tijdschrift Fan Fryske Grûn staat vermeld dat het echtpaar Braaksma–Pothuis op 29 oktober hun trouwdag herdacht, precies vijfenvijftig jaar na hun huwelijk. Toch verraadt een potloodkrabbel op het knipsel – 4-11-32 – dat er iets niet helemaal klopt. Mogelijk is zelfs de redactie van het tijdschrift hierdoor op het verkeerde been gezet. Hoe dan ook, het knipsel levert ons een prachtig beeld op van het echtpaar. Ze zitten daar, vermoedelijk voor hun eigen woning, in een houding die zowel trots als ingetogen aandoet. Dankzij het bevolkingsregister weten we dat zij woonden op het huidige Ferniawei 38, een pand dat destijds uit twee afzonderlijke woningen bestond.

IJskohokje
Na het familieverhaal over Jetlje Pothuis en haar man Pieter Braaksma verschuift de aandacht naar Jetlje’s eerste buitenechtelijke kind: Klaasje Braaksma. In de archieven verschijnt zij als een jonge vrouw die, net als haar moeder, haar eigen weg moest vinden binnen de strikte sociale normen van haar tijd.
Op 12 maart 1901 bevalt Klaasje in het rustige Minnertsga van een zoon. Het lijkt een eenvoudige, alledaagse gebeurtenis, maar in de officiële documenten krijgt het verhaal een opmerkelijke wending. Niet Klaasje zelf, maar haar vader Pieter Braaksma – van wie we aannemen dat hij ook haar biologische vader was – meldt zich de volgende dag op het gemeentehuis in Sexbierum. Daar doet hij, wellicht gedreven door plichtsgevoel of persoonlijke betrokkenheid, aangifte van de geboorte van zijn kleinzoon, die naar hem wordt vernoemd. In de geboorteakte staat: ‘[…] waaraan de voornaam Pieter gegeven zal worden, welk kind is geboren uit Klaaske Braaksma, arbeidster wonende te Minnertsga, zijnde de comparant bij de bevalling tegenwoordig geweest.’
Klaasje trouwt later met Joris Krottje, maar haar zoon blijft de achternaam Braaksma dragen. Deze Pieter Braaksma trouwt op zijn beurt met Elisabeth (Lijsbert) Tiesnisch. Samen runnen zij jarenlang een ijssalon die in de volksmond bekendstaat als het ijskohokje. Tijdens het verkopen rookte Pieter vaak een bokje, een goedkope sigaar, wat hem de bijnaam Piet-bokje opleverde.

Links een pothuisje en rechts het ijskohokje hoek Meinardswei – Tsjerkestrjitte (foto is ingekleurd).

Familienaam Pothuis
Een pothuis, ook wel pothuisje genoemd, is een kleine aanbouw aan een woning. Meestal ligt deze ruimte deels onder het straatniveau en staat zij in verbinding met een kelder of souterrain. Oorspronkelijk werd een pothuis gebruikt als opslagplaats of als bescheiden werkruimte voor ambachtslieden, bijvoorbeeld een schoenmaker.
Je zou het kunnen vergelijken met het ijskohokje van Piet, al was dat geen aanbouw maar een ingebouwde ruimte binnen het bestaande pand. Misschien is de link met het ijskohokje en de familienaam van Piet zijn beppe wat vergezocht, maar charmant is het zeker.

 

Gerryt Bouma
Dokkum, juni 2026