Over Gerryt

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Gerryt has created 281 blog entries.
3 01, 2022

Jacobus Sibrand Mancadan: kunstschilder en ondernemer (deel 2)

2022-01-03T10:23:46+00:003 januari, 2022|0 Reacties

Het eerste gedeelte van dit artikel verscheen in het julinummer (2005) van Fryslân en behandelde de afkomst en huwelijk van Mancadan en diens zakelijke activiteiten met betrekking tot huizen en veenderijen. In dit tweede gedeelte zal nader worden ingegaan op zijn gezin, schildersloopbaan en werk. Naar aanleiding van de eerste aflevering ontving ik een interessante reactie van mevrouw R. Bouma te Leeuwarden. Zij wees erop dat Sannes in zijn Geschiedenis van Het Bildt melding maakt van een zekere Sybren Augustinus "glaesmaecker te Mennertschae", een glazenier dus. Deze heeft in 1597 in opdracht van de pachters der landerijen, die de stad Franeker op Het Bildt bezat (en nog steeds bezit), een raam gemaakt met het stadswapen van Franeker, dat vermoedelijk in de kerk te St. Jacobiparochie is geplaatst. Een interessante bijkomstigheid is dat tien jaar later deze pachters de later beroemd geworden globebeker aan hun pachtheren in Franeker schenken; waarschijnlijk is deze gemaakt door Pibo Gualtheri, die we in de vorige aflevering tegenkwamen. Het is dus zeer waarschijnlijk dat Mancadans vader zijn loopbaan is begonnen als glazenier en dit beroep later heeft verruild voor meer ambtelijke bezigheden. Het zou in ieder geval mede de artistieke aanleg van zijn tweede zoon kunnen verklaren. J.S. Mancadan: polderlandschap Na in het voorgaande de zakelijke activiteiten van Mancadan te hebben geschetst, wil ik nu iets zeggen over zijn persoonlijke omstandigheden. Het echtpaar Mancadan kreeg op 10 augustus 1635 een dochter Ebel, genoemd naar de moeder van Elske, maar het kind overleed nog dezelfde maand en werd in Minnertsga begraven volgens het Handschrift Siderius. Ruim een jaar later wordt zoon Sybrandus geboren en in 1639 een tweede dochter Ebel. Sybrandus ging theologie sturen in zijn geboortestad, trouwde al op 19-jarige leeftijd en kon reeds zes maanden later zijn oudste zoon Johannes ten doop houden. Het was in die tijd ongebruikelijk dat mannen zo jong trouwden en zeker niet als ze nog studeerden; een en ander is dan ook een voorteken voor de verdere levenswandel van Sybrandus. Hij werd in 1658 predikant te Oosterwierum, het stamdorp van de familie Fogelsangh en in 1676 afgezet wegens o.a "onkuisheid" voor het huwelijk gepleegd met zijn derde vrouw, "een lange treijn van menigvuldige dronckenschappen" en bovendien bestond er in zijn gemeente een "bijna algemeene tegenheit tegen sijn E. persoon". Ook was er al eens een tekort in de classicale kas geconstateerd tijdens zijn quaestorschap. Tekenend in dit verband is dat zuster Ebel in de boedel van haar vader tientallen bedelbrieven van Sybrandus vindt "waaruit evident kan worden gezien wat hij soo voor als na van vader aan geldt heeft versocht en bekomen". Sybrandus krijgt echter nog een kans en wordt in 1679 predikant te Tjerkgaast, maar wordt na enkele jaren weer afgezet en neemt, zoals zovelen die geen toekomst meer zagen in Nederland, dienst bij de V.O.C. en vestigt zich in de Kaapkolonie. Dankzij de zegeningen van het internet weten we nu dat hij kort na 1682 in Stellenbosch werd benoemd als de eerste onderwijzer, tevens ziekentrooster en [...]

13 11, 2021

Generaties Rienik Post – kruideniers

2021-11-13T10:16:58+00:0013 november, 2021|0 Reacties

Op 4 september jongstleden is Rienik Rieniks Post op 93-jarige leeftijd overleden. Rienik heeft voor mij een aantal oude foto’s uit het dorpsarchief van namen voorzien. Ik stuurde hem dan kopieën van foto’s op A3 formaat zodat hij goed de gezichten kon onderscheiden. Per kerende post kreeg ik dan de kopieën terug voorzien van namen in een keurig handschrift. Als hij namen niet wist, dan ging hij er met de foto op uit naar andere oudere dorpsbewoners om toch te proberen de namen te achterhalen. Ik heb een mooie herinnering aan Rienik toen ik enkele jaren geleden bij hem op de koffie was om zijn verhalen aan te horen over vroeger. In aansluiting op het verhaal over de generaties Schotanus in de vorige dorpskrant, leek het mij passend om deze keer het verhaal over de generaties Post te schrijven als eerbetoon aan Rienik. Rolprent Jaren geleden was ik een keer op bezoek bij Trijntje Zwart-Post, een zus van Rienik. Bij een eerder bezoek kwam al eens een rolprent ter sprake die door de toenmalige hoofdmeester van de Christelijke Nationale Lagere School was gemaakt voor de pake van Rienik, die ook Rienik heette. Pake Rienik (1882-1952) was van 1917 tot 1945 lid van het schoolbestuur en kennelijk is in die hoedanigheid de rolprent gemaakt met tekeningen over de levensloop van pake Rienink die vroeger in de volksmond ‘Grutte Rienik’ werd genoemd. Tijdens mijn bezoek belde Trijntje met haar broer die even later met de rolprent onder zijn arm kwam aanlopen. De rolprent heeft de omvang van een behangrol en omdat er alleen maar tekeningen op staan is er toch wel enige uitleg bij nodig om de levensloop te begrijpen. Dat vond pake Rienik kennelijk ook want hij heeft er zelf toelichtende teksten bij geschreven. Die teksten heb ik gebruikt om het verhaal over de generaties Post samen te stellen. Rienik Klazes Post en Trijntje Bouma Met het genealogisch onderzoek naar de familie Post kom ik uit in 1703 in Oosterbierum. Een aantal generaties later is het de Tzummarumer Klaas Klases Post en de Minnertsgaaster Trijntje Jacobs Brok die in juni 1811 in het huwelijk treden. Het echtpaar vestigt zich in Minnertsga en zij krijgen vier kinderen: Tjitske (1815), Jacob (1818), Klaas (1823) en Tietje (1829). Hun zoon Klaas gaat het huwelijk aan met Aafke Rieniks Westra uit St. Jacobiparochie en dank zij haar komt de naam Rienik voor in het dorp. Dit echtpaar krijgt zeven kinderen en het tweede kind krijgt de voornaam Rienik. Deze Rienik is de overgrootvader van de onlangs overleden Rienik en is geboren in maart 1851. In november 1872 steekt hij met zijn huwelijksboot De Rie over om in het nabij gelegen Ried Trijntje (Nienke) Murks Bouma ten huwelijk te vragen. Het huwelijk werd in vroegere gemeente Barradeel voltrokken en nog geen maand later wordt hun eerste kind geboren. Kennelijk is Rienik al veel eerder De Rie een keer overgestoken waardoor er op het nippertje moest worden getrouwd. Na hun eerste kind, Aafke (1872), worden Lieuwkje (1874 [...]

20 10, 2021

Haitsmaleane 5

2021-10-20T05:01:27+00:0020 oktober, 2021|0 Reacties

Zie > Google Maps Zie > huidige kadastrale situatie (BAG) Huisnummering 1925: 1931: 1953: Haitsmaleane 5 Kadaster 1832: Minnertsga, 1887: Minnertsga, 2021: Minnertsga, TERUG OVERZICHT PANDEN

30 09, 2021

Generaties Schotanus – kleermakers

2021-10-30T14:48:33+00:0030 september, 2021|0 Reacties

In de zomer van 1845 stapt de dan 27-jarige Tietje Cornelis Brok in de huwelijksboot met de dan 19-jarige Johannes Schotanus uit Stiens. Zij is geboren in Minnertsga en is een dochter van Cornelis Brok en Jetske Hibma. Johannes is kleermaker en ten tijde van de huwelijksvoltrekking  ‘verblijfhoudende’, zoals dat zo mooi in de huwelijksakte staat, in Minnertsga. Dit echtpaar heeft naar alle waarschijnlijkheid het fundament gelegd van de het kleermakersbedrijf van de firma Schotanus. Het winkelpand rond 1900 Johannes is het oudste kind van Jacob Schotanus (1793-1867) en Trijntje Buursma (1799-1864). Hij ziet het eerste levenslicht in Birdaard op 18 september 1825. In Birdaard wordt zijn broertje Tjalling geboren. Het gezin verhuist daarna naar Rinsumageest. Daar worden vijf zusjes geboren: Rinske, Jantje en Antje. Twee zusjes, genaamd Jantje, overlijden voor hun eerste levensjaar. Tussen 1839 en 1842 verhuist het gezin naar Stiens waar het jongste zusje Trijntje wordt geboren. Het kleermakersambacht heeft Johannes van zijn vader meegekregen net zoals zijn twee jaar jongere broer Tjalling die ook het kleermakersambacht uitvoerde en zich later vestigde in Kollumerzwaag. Zoals al eerder is aangegeven staat in de huwelijksakte dat Johannes kleermaker is en geen kleermakersknecht. Dat zou kunnen betekenen dat hij bedrijfsmatig voor zichzelf het vak uitoefende, maar dan zou hij eigenlijk meester kleermaker moeten zijn. En die benaming heb ik niet in combinatie met de naam Johannes Schotanus terug kunnen vinden in de archieven. Minnertsga niet vreemd Dat Johannes in Minnertsga voor zijn huwelijk al kleermaker is , is niet zo vreemd. Zijn pake en beppe van vaderskant hebben in Sexbierum gewoond waar zijn pake timmerknecht was. Johannes is in september 1825 geboren en zijn pake is in juni 1826 overleden. Het is dus maar de vraag of pake en pakesizzer elkaar ooit hebben gezien. Zijn beppe Aaltje (1770-1841) heeft hij wel gekend want die woonde later in Minnertsga. Zij was toen voor de tweede keer getrouwd en wel met de huisschilder Sjoerd Katje, een van de voormannen van de later Christelijke Afgescheiden Gemeente. Zijn beppe en haar man Sjoerd Katje woonden in huis nummer 4, op de hoek Ferniawei – Stasjonstrjitte. Het kan zijn dat hij op die wijze Minnertsga en ook Tietje heeft leren kennen. Gezinsleven Johannes en Tietje wonen later midden in de buorren in het pand wat nu Meinardswei 54 is. Dit pand zou na Johannes en Tietje nog drie generaties lang in het bezit zijn van de familie Schotanus. Tietje schenkt het leven aan vier kinderen: drie jongens en een meisje. In de kracht van haar leven komt Tietje eind mei 1856 op 38-jarige leeftijd te overlijden. Johannes blijft achter met de vier kinderen waarvan de oudste 10 en de jongste 4 jaar is. Tietje wordt begraven op het kerkhof van Minnertsga. Voor de zorg van zijn kinderen en de huishouding komt Johannes zijn zuster Rinske (26) voorlopig bij hem inwonen. Dat is kennelijk even een tijdelijke oplossing want Johannes krijgt kennis aan de dan 25-jarige dienstmeid Gaatske (Gutske) waar hij later mee in [...]

15 09, 2021

Helling van Van Manen stond in de Bouwhoek best bekend

2021-10-30T04:42:27+00:0015 september, 2021|0 Reacties

In de Leeuwarder courant van 15 november 1958  stond onderstaand artikel over Jacob Bernardus van Manen die een scheepswerf had in Berlikum. Hij maakte ook pramen die ook in de Minnertsgaaster pramenvloot waren te vinden. Dit houten '"preamke" heeft Van Manen in 1920 gebouwd voor een Berlikumer gardenier. In de praam Jacob Bernardus van Manen (1888-1963) Praat eens met oude gardeniers uit Berlikum of St. Annaparochie met de vroegere vissers van Barradeel en de Bildtse zeewal, met beurt- en aardappelschippers in ruste en vraag hun, waar ze hun pramen, hun haringboten en hun snikken lieten maken. Tien tegen een zal het antwoord zijn: ‘In Berltsum, by de Van Manens’. En zij zullen er ongevraagd aan toevoegen: ‘Der wiene gjin better.’ Wij kunnen deze lof gerust vermelden, want er bestaat in Berlikum geen helling van Van Manen meer en pramen, zeeboten noch snikken (en zeker niet in hout) zijn in onze tijd meer nodig. Maar al is dan ook een dikke twintig jaar geleden de laatste houten boot in Berlikum gemaakt, nog altijd varen er in de Noordwesthoek boten, die het vakmanschap van Jakob van Wanen en zijn nakomelingen verkondigen. Die Jakob kwam omstreeks 1850 van Bolsward en nam op de Kamp in Berlikum een „diakenshellinkje" over, om nu 81 jaar geleden in de Bûterhoeke aldaar een nieuw werfje te bouwen, waarvan de schuur nog staat, maar waarin nu al jaren landbouwwerktuigen en dergelijke worden gemaakt. Hier, aan de vaart, bloeide het schuitmakersbedrijf op onder de handen van Jakob. Zijn beide zoons en zijn kleinzoon, de nu 70- jarige heer J.B. van Manen, die ons de interessante aantekenboekjes ter hand stelde, waarin destijds gegevens omtrent de te bouwen scheepjes werden opgeschreven. Een stuk plattelandsgeschiedenis spreekt uit deze notities en bekende namen passeren de revue: de snik van T. J. Runia, de snik van H. Bakker en J. Terpstra te Oudebildtzijl, het Praamke van de nieuwe dijk onder Sint Jakob, het boot van Jou Koning, een Praamke van 7 korven (dat was twee ton groot en er konden zeven aardappelkorven in de lengte in staan), de beurtsnik van P. Brolsma, de Sintjakobster beurtsnik bevaren door Job de Roos, de zeeboot van Ouwe van Dyk en Tjerk Koning, om maar een greep te doen. Maten en namen van onderdelen zijn in deze boekjes vermeld in een verhollandst Fries: voor-bartje, oosgaten, inhouten, zool, boekdelling, tuit, kooischud, huische, schandeksel en de heer Van Manen kan belangstellenden haarfijn vertellen wat deze namen betekenen en hoe die snikken en pramen en haringboten met mallen, maar vooral ook ‘op it each’ in elkaar werden gezet. Deel van de Minnertsgaaster pramenvloot Hij vertelt van de armoede in de negentiger jaren, toen de snikken op een koopje geleverd moesten worden en een roef op zo'n scheepje zelfs als een luxe werd beschouwd. De schipper en zijn knecht sliepen daarom onder een plat luik, waarbij men moet bedenken, dat het maar voor één nacht was en er geen huishouding aan boord was. Het waren ook deze scheepjes, [...]

Ga naar de bovenkant