30 12, 2023

Siebe Bergsma (1878-1954) houtsnijder – beeldhouwer – garagehouder

2024-07-26T14:02:13+00:0030 december 2023|0 Reacties

Siebe Bergsma is geboren in Minnertsga en na de lagere school ging hij werken als boerenknecht, maar zijn belangstelling lag op een ander terrein. Een huisarts ontdekte zijn bijzonder talent voor tekenen en houtsnijden en stelde hem in staat zich hierin verder te bekwamen. Aan het begin van de twintigste eeuw behaalde hij een meestergraad in de houtsnij- en beeldhouwkunst aan de Kunstnijverheidsschool in Haarlem. Tijdens zijn opleiding daar werden er werken van hem bekroond op de wereldtentoonstelling van Luik (1905) en Milaan (1906). Een aantal houtsnij werkstukken van zijn hand zijn, na enig speurwerk, het afgelopen voorjaar in het bezit gekomen van het dorpsarchief. Op de website Minnertsga Vroeger staat een en ander over deze kunstzinnige man vermeld, maar inmiddels hebben we ook wat meer informatie over hem. Dus heb ik het al bestaande verhaal herschreven en aangevuld. Familieschets Siebe is geboren op 5 mei 1878 als tweede kind in het gezin van Anne Bergsma en Aaltje Sijbes Faber. Zijn vader Anne kwam van Siebe Annes Bergsma (1878-1954) oorsprong uit Oosterlittens en was bakkersknecht toen die trouwde met de Minnertsgaaster Aaltje Sijbes Faber. Het is niet ondenkbaar dat Siebe zijn vader en moeder elkaar in Minnertsga hebben getroffen doordat zijn vader werkzaam was bij één van de bakkers in het dorp. Siebe had een oudere zus Bieke en een jongere zus Grietje. Op 25 april 1901 trouwt Siebe Annes Bergsma met Jaike Hoekstra uit Oosterbierum. In 1907 raakte Jaike voor het eerst zwanger, maar het kindje, een zoontje, is halverwege de middag van 29 januari 1908 levenloos geboren. De overbuurman, Wijbe Westerhuis (1872-1924), heeft het levenloos kindje aangegeven bij de Burgerlijke Stand. In 1913 raakte zijn vrouw weer zwanger en op 24 mei 1914 werd hun dochter Tietje geboren. Beeldhouwer en Friesche houtsnijder Zoals in de aanhef van dit verhaal staat, werden Siebe zijn kunstzinnige talenten ontdekt door een huisarts. In het begin van zijn carrière heeft hij aan verschillende tentoonstellingen in binnen- en buitenland mee gedaan en heeft hij daarmee prijzen en onderscheidingen gewonnen. Vanuit het Koninklijk Huis werd in het begin van de vorige eeuw, nijverheid in het algemeen en dus ook de Friese houtsnijkunst gestimuleerd. Siebe Bergsma kreeg in 1909 de opdracht om versieringen aan te brengen aan een kast op Paleis Het Loo in Apeldoorn. Welgestelde, adellijke families, werden op die manier ook op het spoor van de getalenteerde kunstenaar gezet. Zo kreeg hij onder andere opdrachten van de familie Van Harinxma thoe Slooten uit Leeuwarden. Bij dit alles bleef hij bescheiden en heeft hij uiteindelijk wellicht te weinig publiciteit gehad. Maar van de kunst alleen kon hij zijn gezin niet onderhouden. Siebe was technisch ook vernuft en later bleek hij ook ondernemer en een gedegen vakman in de automobielbranche te zijn. Eigen bedrijf Op 9 april 1912 zit Siebe Bergsma bij notaris Anne Anema in St. Jacobiparochie om een koopakte te Rood omlijnde perceel is het bouwterrein dat Siebe in 1912 heeft gekocht. ondertekenen. Hij heeft een perceel bouwterrein [...]

29 12, 2023

Verborgen verleden: wie was Samuel Steenmeyer uit Sexbierum?

2023-12-30T06:51:01+00:0029 december 2023|Reacties uitgeschakeld voor Verborgen verleden: wie was Samuel Steenmeyer uit Sexbierum?

Tijdens mijn onderzoek en studie naar de Sédyksters probeer ik ook zoveel mogelijk in chronologische volgorde de bewoners van de woningen in beeld te brengen. Het onderzoek naar de achttien woningen en bewoners die onder Oosterbierum vallen, zit in een afrondende fase. Daarna zijn de woningen onder Tzummarum, Sexbierum, Wijnaldum aan de beurt. Bij het onderzoek naar de bewoners van de boerderij Koehool kwam ik ene Samuel Steenmeyer tegen als eigenaar van deze boerderij die hij voor zijn zoon had aangekocht. Maar bij de zoektocht naar vader en zoon Steenmeyer kwam ik aardige vermeldingen tegen die mijn nieuwsgierigheid nog meer aanwakkerde dan die al is bij het onderzoek naar de Sédyksters. Omdat Samuel Steenmeyer niet zelf op de boerderij heeft gewoond, valt hij wat buiten de kaders van de Sédyksters. Daarom heb ik van hem maar een apart verhaal opgesteld. Wie was Samuel Steenmeyer? Mijn nieuwsgierigheid naar deze man werd in eerste instantie aangewakkerd omdat de familienaam Steenmeyer in de beginjaren 1800 niet bepaald een familienaam was die veel voorkwam in de vroegere gemeente Barradeel. Samuel Steenmeyer is net voor de kerstdagen in 1886 op 92-jairge leeftijd in Sexbierum overleden waar hij in zijn werkzame leven boer/landbouwer is geweest. Volgens zijn overlijdensakte is hij geboren in Vlaardingen; dat moet dus omstreeks 1794 zijn geweest. Maar . . . Vlaardingen? Hoe komt die man dan in de ‘bouhoeke’ terecht? Om antwoord te krijgen op deze en nog meer vragen, heb ik wat stamboomonderzoek gedaan. In de overlijdensakte van Samuel staan ook de namen van zijn ouders vermeld: Johannes Steenmeyer en Johanna Otter. Na enig zoekwerk lijkt het er op dat Samuel een zoon is van een predikant, maar ik behoud mij een slag om de arm omdat ik nog geen bewijs heb kunnen vinden dat dit zo is. Daarom wil ik meer weten over deze mogelijke vader en predikant. Steeds meer archieven zijn digitaal te raadplegen op internet en dat leverde een vondst op in de Haarlemse courant van 21 juli 1795 waarin mededeling wordt gedaan over het overlijden van Johanna Otter, de moeder van Samuel: ‘God ontnam my myne dierbaare Huisvrouw Johanna Otter, in den ouderdom van 38 jaaren, op heden, door den door; welk een Slag voor my en myne 5 Kinderen; niets beurd my op, als de hoop van met haar weder vereenigd te zullen worden , en Gods Vaderlyke liefde jegens my en myne Kinderen in zynen Zoon. . Myne Vrienden en Bekenden neemen met medelyden deel in myn lot, en verschoonen myne gevoeligheid van Condoleantiebrieven. Vlaarding, den 16 july, 1795. Joannes Steenmeyer, Predikant te Vlaarding.’ De namen in deze mededeling stemmen overeen met die in de overlijdensakte. Als Johanna Otter de moeder is van onze Samuel, dan heeft Samuel zijn moeder niet bewust gekend, immers hij is omstreeks 1794 geboren. Samuel treedt op de eerste dag van juni 1816 in Sexbierum in het huwelijk met Helena Gerryts Walta van Sexbierum. Van de zijde van Helena zijn haar ouders aanwezig bij de huwelijksvoltrekking. Haar grootvader van [...]

15 11, 2023

Familie Collot d’Escury in Barradeel

2023-11-15T08:26:55+00:0015 november 2023|0 Reacties

In Minnertsga is de Collot d’ Escurystrjitte en in Pietersbierum (officieel Sexbierum) is Walburgastate, gebouwd door de familie Collot d’ Escury. Deze familie leverde een grietman en later een burgemeester van Barradeel. In de Nieuwsbrief van Ald-Barradiel van maart 2023 lazen we de historie over Pietersbierum en ook over het huis van de Collots, dat later het gemeentehuis zou worden. In dat artikel wordt de familie Collot ook opgevoerd. Wie was deze familie die zo’n stempel op Barradeel wist te drukken? Klein Hermana state bij Minnertsga De familienaam is bepaald niet Fries, maar zoals men wel raden kan: Frans. In 1650 werd André Collot d’ Escury door koning Lodewijk XIV (De Zonnekoning) in de adelstand verheven. De grootvader van André was de eerste die van de familie in bronnen voorkomt, dat was David Collot. Hij wordt genoemd in 1562, nog wel als slachtoffer bij het bloedbad van Wassy-sur-Blaise. De Franse protestanten, Hugenoten genoemd, werden meer en meer vervolgd. Deze aanslag op een kerkdienst met meer dan 700 mensen was een dieptepunt. De katholieke Hertog van Guise met zijn manschappen wilden de dienst verstoren en de hertog werd geraakt door een zware steen waarop zijn mannen het vuur openden. Er kwamen 70 mensen om, waaronder Collot. Het zou het begin worden van een burgeroorlog: de Hugenotenoorlogen. David Collot (overleden 1612) en zijn zoon André werden Heer van Escury in Picardië. Zo ontstond de naam. In 1685 werd het Edict van Nantes uitgeroepen, waarbij het verbod op de protestantse kerk werd uitgevaardigd. De Hugenoten moesten of katholiek worden, of  vluchten. De meeste weken uit naar het buitenland, vooral naar de Nederlanden. Zo kwam de familie Collot d’ Escury als Hugenotenfamilie naar ons land. André was al 75 was toen hij zich vestigde in Nijmegen waar hij een jaar later stierf. Zijn zoon Daniël vluchtte eerst naar Bazel en later ook naar Nijmegen. Hij kwam in dienst van stadhouder-koning Willem III en werd zelfs majoor in Britse dienst. Hij stierf in Dublin in 1714. De zoon van deze Daniël, Henri Collot d’ Escury kwam in Friesland terecht! Hij volgde een militaire carrière en kwam als stalmeester aan het hof van de Friese Nassaus. Dat was in 1732 bij stadhouder Willem Carel Hendrik Friso, later stadhouder Willem IV der Nederlanden. Het ging goed met de Collots, want Henri’s zoon werd zelfs burgemeester van Gorinchem. Kennelijk was hij financieel goed onderlegd, want hij werd lid van diverse Rekenkamers. Wat opvalt is dat de familie inmiddels goed gesetteld was, want ze trouwden met leden van de Nederlandse adel. Er waren diverse verbindingen met andere families van Franse afkomst, zoals met de familie Du Tour. In 1816 werd de familie officieel ingelijfd bij de Nederlandse adel met de titel baron. Ze wisten zich in het begin van de negentiende eeuw aardig uit te breiden met enkele takken. Hendrik baron Collot d’Escury (1773-1845) werd jarenlang lid van de Tweede Kamer en zelfs voorzitter van de Tweede Kamer.  Met hem komt weer een Friese link tot stand, [...]

8 10, 2023

Timmerman en aannemersbedrijf Helder

2023-10-08T14:28:22+00:008 oktober 2023|0 Reacties

Het pand aan de Meinardswei 38 was vroeger een woning met een timmermanswerkplaats. Timmerbaas Arjen Ekes van der Velde (1855-1925) had er in het begin van de vorige eeuw zijn bedrijf. Hij werd opgevolgd door Jan Simons Helder (1887-1959). De familie Helder settelde zich in het begin van de jaren 1800 vanuit Franeker in Minnertsga. De familienaam is in 1811 aangenomen door Simon Dooitses († 1834, 65 jaar) die wagenmaker was. In februari 2022 heb ik een artikel geschreven over de familie Helder als wagenmakers. Dit artikel gaat over de afstammeling, de eerder genoemde Jan Simons Helder die timmerman/aannemer was. Rechts pand met handkar ervoor is het timmerbedrijf van Helder Familieschets Jan Simons was het negende kind in het gezin van tien van Simon Jans Helder (1847-1913) en Geertje Jacobs Hogerhuis (1849-1928). Heit Simon Jans was timmerknecht toen hij met mem Geertje Jacobs in het huwelijk trad en is dat kennelijk zijn hele leven, tot zijn 66ste, gebleven zo blijkt uit zijn overlijdensakte. In het dorpsarchief is een groepsfoto bewaard gebleven van timmerbaas Arjen Ekes van der Velde en zijn medewerkers. Daarop staat ook heit Simon Jans Helder met een kleine houtschaaf in zijn hand. Jan Simons Helder trouwt in juli 1911 met Rinske Blanksma. Beide zijn op dat moment 23 jaar en geboren in Schilderij gemaakt door Johannes Blanksma Minnertsga. Het is best aannemelijk dat ze samen op de lagere school in dezelfde klas hebben gezeten. Rinske is een halfzus van Arjen Blanksma, de vader van de melkventer en bekend amateurschilder Johannes Blanksma (1897- 1988) uit St. Annaparochie. Jan Simons Helder is timmerknecht in Minnertsga als hij met Rinske trouwt. Het kan zijn dat hij, net als zijn vader, ook in dienst is geweest bij timmerbaas Arjen Ekes van der Velde. Jan en Rinske krijgen vier kinderen: levenloos meisje (†1912), Janke (*1913), Simontje (*1917) en Simon (*1921). Janke trouwde later met de bakker Wieger Baukes Deinum, Simontje trouwde met Freerk Bisschop en Simon (Siem) trouwde later met Akke Joostema. Eigen bedrijf Begin november 1924 wordt in de Franeker courant en de Leeuwarder courant bekend gemaakt dat Arjen Ekes van der Velde zijn timmerzaak heeft over gedragen aan Jan Simons Helder. “Dankend voor het genoten vertrouwen beveelt hij zijn opvolger ten zeerste aan”, zo staat er te lezen. Jan Simons Helder op zijn beurt beveelt zich in diezelfde advertentie aan “voor alle voorkomende onderhoudswerken, nieuwbouw, betonwerk, het maken van plannen en begrootingen”. Vermoedelijk was Jan Simons vóór de overname van het bedrijf al in dienst bij timmerbaas Van der Velde, want uit Jan Simons Helder met in het midden zijn vrouw Rinske Blanksma en links Trijntje Post - Marra de notariële akte blijkt dat de timmerzaak  ‘uit de hand’ wordt verkocht aan de opvolger. De koop wordt officieel bekrachtigd op 5 januari 1925, Jan Simons is dan 38 jaar. Hij wordt eigenaar van de woning met ‘timmerwerkplaatsen, grond en achtererf aan de Hoofdstraat nabij de vaart van Minnertsga ‘. Dit onroerend goed is dus [...]

23 07, 2023

De verdwenen korenmolen van Minnertsga

2023-07-23T10:13:30+00:0023 juli 2023|Reacties uitgeschakeld voor De verdwenen korenmolen van Minnertsga

In de loop der jaren heb ik veel documentatiemateriaal verzameld over de historie van het dorp van mijn jeugd. Een van die knipsels heeft bovenstaande titel en is geschreven door een zeker J.G. de Boer uit St. Jacobiparochie. Op het knipsel staat met pen geschreven: De mol 28-1-1969.  Waarschijnlijk komt het artikel uit een molenblad. Hierna volgt het artikel van de schrijver uit St. Jacobiparochie. De reeds jaren verdwenen korenmolen van Minnertsga, was afkomstig uit Leeuwarden. De overplaatsing geschiedde toen Minnertsga zonder molen was komen te zitten omdat de voorganger tijdens een onweer door de bliksem was getroffen en afgebrand. Eén der molenaars die de molen hebben bemalen, heette Koning. Hij richtte de molen destijds in als pelmolen hetgeen voor die tijd zeker heel vooruitstrevend was. Werd de gort vroeger meestal los verkocht, molenaar Koning leverde ze ook verpakt, in papieren zakjes van een halve of hele kilo. Toen ik in de dertiger jaren een in de molen kwam stond er nog altijd een paktafel met enige gele papieren zakjes waarop gedrukt stond: “Koning’s gort”.  Die waren nog van het begin van deze eeuw, in elk geval van vóór 1910 want in dat jaar had de molen weer een andere eigenaar, een zeker Knol. Dat was in mijn jeugdjaren. Knol is op de molen oud geworden, maar met hem ook de molen., want de zaak verliep en de molen kwam in verval. Lange tijd heeft de molen met één roede gestaan. Toch is hij later weer opgeknapt en is er nog weer graan mee gemalen. Dat was in de jaren na 1930 toen de graanprijzen abnormaal laag waren. Op de gemengde bedrijven werd bij ons toen veel van het verbouwde graan aan het vee gevoerd. De molen werd toen gehuurd door Sied Hogerhuis [red: Sijds], een molenaarsknecht. Hij liet een gebruikte roede komen van een molen uit Marrum (Fr.) waarop hij ook knecht was geweest. De roede die zelfzwichting had, miste nogal wat kleppen, maar ja, Hogerhuis zat ook niet al te ruim bij kas en dan valt het niet mee om een molen, die al afgetakeld is, weer helemaal in orde te brengen. Franeker courant 7 aug. 1898 Mechiel Derks Knol met waarschijnlijk zijn huishoudster Franeker courant 20 juli 1905 Sijds Hogerhuis (r) en Cornelis (Kees) Piebes Rosendal. In de eerste jaren dat ik boer was, heb ik nog al veel graan op deze molen laten malen. Ik herinner me nog, dat ik voor een goed houdbare haver niet meer dan zes cent per kilo kon krijgen! We hebben he top de zolder gebracht en het is allemaal tussen de stenen doorgegaan en door de koeienmaag! In die tijd waren we blij als het jaar voorbij was en we onze kost hadden. ’t Was op een keer dat Hogerhuis mijn meel bracht en zei: “Nu heb ik deze week iets vreemds beleefd”. Wat was het geval? Toen [...]

Ga naar de bovenkant