1 12, 2012

Plaats boerderij bekend

2013-01-04T14:52:37+00:001 december 2012|2 Reacties

De vraag 'Waar staat/stond deze boerderij?' is beantwoord. Er zijn drie reacties binnen gekomen die allemaal eenduidig zijn over de plaats waar de boerderij heeft gestaan. De boerderij bestaat niet meer, maar nu de exacte plaats bekend is mijn geheugen ook weer opgefrist. De boerderij stond aan de Hege Buorren aan de zuidzijde van de afslag naar de Vikerijbuorren. Een van mijn vele collega's is Frans Jelsma en ook die houdt het blog over Minnertsga vroeger ook nauwlettend in de gaten. Hij vertelde mij dat het vrijwel zeker de boerderij was waar zij een tijdje in hebben gewoond toen hun huis en bakkerij aan de Meinardswei werd verbouwd. Hege Buorren 's Avonds treft ik in de mailbox nog twee reacties aan. De reactie van Wim Dijkstra bevestigd de mededeling van Frans Jelsma. Wim heeft foto's gevonden op de website van Bildts documentatiecentrum. Daar had ik ook al gekeken, maar Wim is kennelijk wat zorgvuldiger geweest met zoeken dan mij, want ik heb de foto over het hoofd gezien. Op de foto staat waarschijnlijk dezelfde VW-bestelbus als op die andere foto (klik op de foto om te vergroten). De dochter van Aafke van Calsbeek-Meijer is met een werkstuk over Minnertsga bezig; en zo kwam deze foto van de oude boerderij op het beeldscherm van de familie Calsbeek tevoorschijn. Aafke is er geboren. De boerderij was Hege Buorren 40 en is door haar ouders Lieuwe Meijer en Gepke de Haan in 1965 gekocht van Marten Elsinga. De familie Meijer heeft er gewoond tot 1974. De boerderij is toen verkocht aan de gemeente. Daarna heeft de familie Jelsma er tijdelijk gewoond. Later is de boerderij afgebroken om plaats te maken voor de doorbraak van het toenmalige nieuwbouwplan van de Vikarijbuorren en de Kamp. Oud-Minnertsgaaster Dooitze Zwart, heeft de gezinshoofden per adres in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw bij elkaar gezocht en er een overzichtelijk boek van gemaakt. Daaruit blijkt dat vóór Marten Elsinga, Jacob Vis er heeft gewoond, daarvoor Age Posthumus en daarvoor Harmen Stienstra. Boerderij kort voor de sloop Wat nu overblijft is de gevelsteen. Op welke familie heeft die betrekking en waar komt die eigenlijk vandaan. De steen hoort in mijn beleving niet thuis bij deze boerderij. Deze boerderij is in de tweede heft van de 19de eeuw gebouwd en de gevelsteen lijkt mij veel ouder. Wordt vervolgd! Zo . . . . er is weer een stukje geschiedenis uit de duisternis van het geheugen opgediept. Dank allemaal voor de reactie.

30 11, 2012

Wie heeft nog filmbeelden Elfstedentocht 1963

2013-01-04T14:53:25+00:0030 november 2012|0 Reacties

In samenwerking met Andere Tijden Sport is het Fries Film Archief op zoek naar filmbeelden van de Elfstedentocht in 1963.  In verband met het feit dat op 18 januari 2013 deze legendarische tocht 50 jaar geleden werd verreden, speurt het filmarchief op dit moment naar tot nu toe onbekend filmmateriaal van de tocht.  Kent u toevallig particuliere filmers of hun nabestaanden die in het bezit zijn van filmopnames van de tocht in de omgeving van Franeker, dan horen wij het heel graag! Als tegenprestatie digitaliseert het Fries Film Archief het materiaal kosteloos en u zou bijdragen aan een belangrijke primeur die landelijke bekendheid krijgt.  - klik hier - om uw reactie door te geven.   

25 11, 2012

Waar staat/stond deze boerederij?

2021-11-29T16:12:06+00:0025 november 2012|8 Reacties

In april 2011 kreeg ik via de website van de Oudheidkundige Verenging Barradeel contact met een vriendelijke mevrouw uit Leiden. Deze mevrouw is een afstammeling van Dirk Sijes Algera en Gerritje Lolles Steensma. Het waren namelijk haar overgrootouders. Ik kreeg ook een paar digitale familiefoto's van haar toegestuurd; prachtige oude zogenaamde visitekaartportretten uit de periode 1890 - 1900. Maar er waren ook een paar recentere foto's bij die in 1980 zijn gemaakt. En juist die foto's intrigeren mij. Het moet de oude woonstee zijn van Dirk Sijes en Gerritje. Dirk Sijes Algera en Gerrit Lolles Steensma Dirk Seijes werd geboren op 11 maart 1850 in Minnertsga. Hij trouwde in mei 1871 met Gerritje Lolles Steensma die op 28 februari 1849 in Minnertsga is geboren. Gerritje waren een kleinkind van notaris Steensma. De naam Dirk Sijes is een naam die vroeger verbonden was aan de 'Pôle' die toen Dirk Sijes-pôle werd genoemd. Tegenwoordig is dit Hearewei 15. Deze Dirk Sijes is de 'pake' van de Dirk Sijes die met Gerritje getrouwd was. Maar even terug naar de foto's uit 1980. Het is mij niet helemaal duidelijk waar deze boerderij heeft gestaan. Stond die wel in Minnertsga? Ik heb alle oude foto's die ik heb er op na gekeken, maar zonder resultaat. Boven het raampje rechts van de VW-bus zit een gevelsteen. Wie kan mij vertellen waar deze boerderij heeft gestaan? 1980: waar staat/stond deze boerderij?             Gevelsteen boven het raam (rechts van de VW-bus)              

24 11, 2012

Het ‘nieuwe licht’

2013-01-31T18:16:15+00:0024 november 2012|0 Reacties

In het begin van de vorige eeuw kwam elektriciteit in opkomst. Verspreid over het land werden centrales gebouw die voorzien waren van diesel- of kolen generatoren die de stroom opwekten. In 1916 werd in onze provincie het Provinciaal Elektriciteit Bedrijf opgericht; beter bekend als P.E.B. Het P.E.B. verzorgde de elektriciteitsvoorziening - opwek, transport en distributie - in de provincie Friesland met uitzondering van Leeuwarden. In Leeuwarden werd dit gedaan door het Gemeentelijk Elektriciteit Bedrijf (G.E.B.). P.E.B. huisje (rechts) In september 1929 werd in Minnertsga met de aanleg van de elektriciteit begonnen. Een gedeelte van de kabel was toen al gelegd naar de plaats waar het transformatorhuisje zou worden gebouwd. Dat gebouwtje kwam naast het brandspuithuisje te staan aan de zuidkant van de kerk. In onze jeugd was dit het ‘Pake en beppehúske’ verwijzend naar de letters P.E.B. in de gevelsteen. Volgens het bericht in de krant was het de bedoeling dat nog vóór de winter in Minnertsga op verschillende plaatsen het ‘nieuwe licht’ zou branden. Gelijk met de aanleg van de bovengrondse kabels, werden ook draden gespannen voor de radiocentrale. Zodra de stroomvoorziening was aangelegd kon de ondernemer van de radiocentrale gelijk beginnen met het uitzenden van muziek en het doorgeven van de uitzendingen van de beide Nederlandse radiostations. In het dorp werden grote houten palen geplaatst waaraan het bovengrondse netwerk werd bevestigd. Vanaf de palen werden aftakkingen gemaakt naar de woningen. De elektriciteitsdraden kwamen binnen via porseleinen isolatoren die op een beugel aan de gevel of het dak van de woning waren bevestigd. In de woning werd vanaf de elektriciteitsmeter ijzeren buizen aangelegd langs muren, deurposten en de balken van het plafon. De buizen waren diep rood gekleurd en er zaten slechts twee koperdraden in. De koperdraden waren omwikkeld met een kous. Tilledyk: voor het schoolhuis paal met zekeringen (1952) Tja . . . . . . . en dan waren die leidingen meestal over het behang bevestigd dat met zorg op het linnen was geplakt. Wat doe je dan als er eindelijk weer eens wat geld was voor nieuw behang; dan plakte je gewoon het behang over de leidingen heen. Elektriciteit diende in eerste instantie voor licht; het ‘nieuwe licht’ zoals men dat noemde, want het oude licht kwam van petroleumlampen en kaarsen. Maar elektriciteit diende ook voor kracht. Vooral kleine bedrijven waren vaak gebaat met één elektromotor waarop via allerlei banden en poulies andere werktuigen mee aangedreven konden worden. Door die bovenleidingen was er ook vaak storing en zat je zonder licht. Ik herinner mij de capriolen die Pleun Hengst - de plaatselijke elektricien - uithaalde om in de elektriciteitspalen te klimmen om daar een zekering of iets dergelijks te vervangen. Hij deed dan speciale schoenen aan met beugels en klom dan met gemak de paal in. Dat was een manier van klimmen waar ik jaloers op was, want zo zou ik ook wel willen klimmen. Tilledyk met bovenleidingen (1957)               Advertentie 1925

18 11, 2012

Jan Hilverda en Hiltje Haarda woonden op boerderij Haarda

2012-12-30T15:47:21+00:0018 november 2012|1 Reactie

Tijdens de restauratie werkzaamheden in augustus 1953 in de toenmalige Nederlands Hervormde Kerk - nu Meinardskerk - werd een vrijwel onbeschadigde grafzerk gevonden. De grafzerk bleek uit het midden van de zeventiende eeuw te zijn. Op zichzelf beschouwd is het vinden van dergelijke grafzerken geen bijzonderheid. Nog steeds worden bijzondere grafzerken gevonden bij restauratie werkzaamheden. In Friesland is er zelfs een speciale werkgroep bij die ingeroepen wordt als er vondsten van grafzerken worden gedaan. Door de werkgroep wordt alles nauwkeurig in kaart gebracht en worden er foto's gemaakt. Kort na de brand van 3 juni 1947 In de beginjaren '50 van de vorige eeuw was men druk bezig om de kerk in Minnertsga weer in oude glorie te herstellen. Want door een rampzalige brand van juni 1947 was de kerk een ruïne geworden. En vele grafzerken in de vloer van de kerk waren totaal vernietigd door de hitte en vallende balken en puin. De vondst van deze grafzerk in 1953 viel echter een beetje uit de toon. De wapens en opschriften waren namelijk op geen enkele manier verminkt, wat inhoudt, dat de zerk de rumoerige tijd van 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap' letterlijk en figuurlijk over zich heen heeft laten gaan. Het is immers bekend, dat in die periode bijna alle grafmonumenten en -stenen werden ontdaan van tekenen, die op een bepaalde stand zouden kunnen wijzen. Zelfs de doden moesten meedelen in de algehele gelijkheid. Dat deze steen van - in alle eerbied gesproken - de dans heeft ontsprongen, is te danken aan het feit, dat dat ze verscholen lag onder de vloer van de consistoriekamer. Waarschijnlijk heeft men ze niet kunnen vinden. Gelukkig, want zo zijn de in gebeitelde wapens van een oud-Minnertsgaaster geslacht bewaard gebleven. Detail grafzerk Haarda Hoe de wapens eruit zagen toen de steen voor het licht kwam blijkt uit de foto van hiernaast. Even belangrijk zijn echter de mensen, die onder de zerk hun laatste rustplaats vonden. De voornaamste zijn Jan Jans Hilverda, die 27 april 1665 overleed, z'n vrouw - tien jaar later gestorven - en z'n broer, die na het overlijden van Jan Hilverda met de weduwe trouwde. Deze mensen voerden prachtige wapens, maar waren niet tegenstaande dat - naar de heer C. Mulder, een man die met veel interesse de vroegere gang van zaken in Minnertsga bestudeerde, meedeelde - maar eenvoudige boer met wat 'túnkerij', hoewel men hierover ook weer niet te gering over moet denken. Het schijnt zo te zijn geweest. Hiltje Haarda bewoonde als 'frij faam' de boerderij 'Haarda', vlak bij het slot van baron Sixma van Andla. Zij huwde later - aldus Mulder- met Jan Jans Hilverda, die in 1665 overleed. Daarna trouwde een broer van Hilverda met haar. Twaalf februari 1675 overleed ook Hiltje Haarda. Haar naam werd in de zerk gebeiteld, evenals die van haar tweede man. Aan de Tilledyk, op de plaats waar toen de boerderij van de heer Wietse Boersma stond, is nog maar te  nemen dat daar vroeger de boerderij 'Haarda' [...]

Ga naar de bovenkant