30 09, 2021

Generaties Schotanus – kleermakers

2021-10-30T14:48:33+00:0030 september, 2021|0 Reacties

In de zomer van 1845 stapt de dan 27-jarige Tietje Cornelis Brok in de huwelijksboot met de dan 19-jarige Johannes Schotanus uit Stiens. Zij is geboren in Minnertsga en is een dochter van Cornelis Brok en Jetske Hibma. Johannes is kleermaker en ten tijde van de huwelijksvoltrekking  ‘verblijfhoudende’, zoals dat zo mooi in de huwelijksakte staat, in Minnertsga. Dit echtpaar heeft naar alle waarschijnlijkheid het fundament gelegd van de het kleermakersbedrijf van de firma Schotanus. Het winkelpand rond 1900 Johannes is het oudste kind van Jacob Schotanus (1793-1867) en Trijntje Buursma (1799-1864). Hij ziet het eerste levenslicht in Birdaard op 18 september 1825. In Birdaard wordt zijn broertje Tjalling geboren. Het gezin verhuist daarna naar Rinsumageest. Daar worden vijf zusjes geboren: Rinske, Jantje en Antje. Twee zusjes, genaamd Jantje, overlijden voor hun eerste levensjaar. Tussen 1839 en 1842 verhuist het gezin naar Stiens waar het jongste zusje Trijntje wordt geboren. Het kleermakersambacht heeft Johannes van zijn vader meegekregen net zoals zijn twee jaar jongere broer Tjalling die ook het kleermakersambacht uitvoerde en zich later vestigde in Kollumerzwaag. Zoals al eerder is aangegeven staat in de huwelijksakte dat Johannes kleermaker is en geen kleermakersknecht. Dat zou kunnen betekenen dat hij bedrijfsmatig voor zichzelf het vak uitoefende, maar dan zou hij eigenlijk meester kleermaker moeten zijn. En die benaming heb ik niet in combinatie met de naam Johannes Schotanus terug kunnen vinden in de archieven. Minnertsga niet vreemd Dat Johannes in Minnertsga voor zijn huwelijk al kleermaker is , is niet zo vreemd. Zijn pake en beppe van vaderskant hebben in Sexbierum gewoond waar zijn pake timmerknecht was. Johannes is in september 1825 geboren en zijn pake is in juni 1826 overleden. Het is dus maar de vraag of pake en pakesizzer elkaar ooit hebben gezien. Zijn beppe Aaltje (1770-1841) heeft hij wel gekend want die woonde later in Minnertsga. Zij was toen voor de tweede keer getrouwd en wel met de huisschilder Sjoerd Katje, een van de voormannen van de later Christelijke Afgescheiden Gemeente. Zijn beppe en haar man Sjoerd Katje woonden in huis nummer 4, op de hoek Ferniawei – Stasjonstrjitte. Het kan zijn dat hij op die wijze Minnertsga en ook Tietje heeft leren kennen. Gezinsleven Johannes en Tietje wonen later midden in de buorren in het pand wat nu Meinardswei 54 is. Dit pand zou na Johannes en Tietje nog drie generaties lang in het bezit zijn van de familie Schotanus. Tietje schenkt het leven aan vier kinderen: drie jongens en een meisje. In de kracht van haar leven komt Tietje eind mei 1856 op 38-jarige leeftijd te overlijden. Johannes blijft achter met de vier kinderen waarvan de oudste 10 en de jongste 4 jaar is. Tietje wordt begraven op het kerkhof van Minnertsga. Voor de zorg van zijn kinderen en de huishouding komt Johannes zijn zuster Rinske (26) voorlopig bij hem inwonen. Dat is kennelijk even een tijdelijke oplossing want Johannes krijgt kennis aan de dan 25-jarige dienstmeid Gaatske (Gutske) waar hij later mee in Lees meer

24 03, 2012

Jacob Ulbes Wassenaar 60 jaar lang kleermaker

2013-02-03T14:34:04+00:0024 maart, 2012|0 Reacties

‘Dat is in minskelibben lang, nou’ aldus de toen 70 jarige Jacob Ulbes Wassenaar die in april 1969 door de Leeuwarder courant werd geïnterviewd. Op dat moment dacht Jacob Ulbes er zeker niet aan om naald en draad voorgoed neer te leggen. Het ‘pjukken’, zoals hij dat zelf noemde, beschouwde hij als een aangenaam tijdverdrijf. Hij woonde namelijk moederziel alleen en ‘as ik neat mear te dwaan hie, soe ik hjir hiele dagen omrinne te prakkesearen en dêr wirdt in minske sljocht fan, tinkt my’,zei de beste man. Jan Ulbes Wassenaar bij zijn woning Wassenaar is twee keer weduwnaar geworden en hij verloor twee kinderen. ‘Ik haw nou noch ien soan en dy wennet hjir gelokkich. Dêr gean ik dan ris hinne te tédrinken. In húshâldster haw ik net, ik yt by myn suster, dy is widdou’. Om niet te vereenzamen besloot Wassenaar, toen hij 65 jaar werd en dus AOW-er werd, het ‘snidersfak’ net zo lang te blijven uitoefenen als maar enigszins mogelijk was. En hij deed dat op zijn 70ste nog steeds met veel plezier. Al die zestig kleermakersjaren is Wassenaar in dienst geweest bij de firma Schotanus in Minnertsga. ‘Ik haw trije geslachten Schotanus meimakke; earst âlde Chris, letter Durk en nou Klaas’. Direct na de lagere school belandde Wassenaar in de kleermakerij. Hij was met een handicap geboren (een niet helemaal goed functionerend been) en kon daardoor niet zoals de meeste jongens van zijn leeftijd werk bij een boer zoeken. ‘Ik begûn foar in kwartsje wyks en in pear sigaren’. Zijn specialiteit was het maken van broeken. Maar de laatste jaren komt daar weinig meer van. ‘It maatwurk giet der nou út en it is nou meer fermeitsjen wat ik doch’. Hij werkte toen in die jaren alleen in de kleermakerij. ‘Froeger wiene wy der soms mei seis, sân man’. Waar Wassenaar de meeste hekel aan had was‘Festjes meitsje. Dy búskeboel nou dat wie in hiel nifelwurk. De broeken, dêr wie ik handiger yn’. Klaas Schotanus, Jacob Ulbes Wassenaar en Durk Schotanus Natuurlijk heeft Wassenaar ook complete kostuums gemaakt., maar de pantalons bleven zijn speciale hobby. Jacob Ulbes Wassenaar was een van een tweeling die geboren was op 3 mei 1897 in Minnertsga. Zijn tweeling broertje werd Rein genoemd. Beide kinderen zijn op het gemeenthuis aangegeven door Jacob, de broer van de vader Ulbe. De vader was op het moent van de geboorte van de tweeling ziek en kon daardoor niet naar het gemeentehuis kon komen. Jacob Ulbes Wassenaar woonde in een éénkamerwoning in het zogenaamde ‘Straatsje’. Dat was een pad haaks aan de oostzijde van de Hege Buorren waar een vijftal éénkamerwoningen stonden. De bewoners van die woningen moesten vroeger gezamenlijk gebruik maken van één privaat (húske). Winkel van Fa. Schotanus Bron : Leeuwarder courant 9 april 1969

Ga naar de bovenkant