24 02, 2013

Oebele Weima – Jeugdige honderdjarige

2013-02-24T20:26:17+00:0024 februari 2013|4 Reacties

Het zijn maar enkelen in Minnertsga die deze hoge leeftijd hebben gehaald. Iede Westra overleed in 1972 op 100-jarige leeftijd, Aaltje Miedema overleed in 1978 op 103 jarige leeftijd en Aafke Boersma overleed in 1996 op 104-jarige leeftijd. Oebele Weima overleed op 102 jarige leeftijd. Volgens het overlijdensregister van Minnertsga zijn dit de enigen sinds 1812.   Oebele heeft zijn 100-jarige leeftijd gevierd in het Hervormd verenigingsgebouw. Volgens de Leeuwarder courant was daarmee meteen gezegd dat Oebele in een nog zeldzame goede gezondheid verkeerde. Voor zijn hoge leeftijd had hij nog een jeugdig uiterlijk. Die jeugdigheid sprak ook uit het feit dat hij toen een groot sympathisant was van Feijenoord en van Atje Keulen-Deelstra. Zelf speelde hij graag nog een partijtje dammen of schaken. Oebele Weima was een man die bij de dorpsinventaris hoorde wat ook wel bleek tijdens de optocht van versierde wagens van het dorpsfeest. Oebele was op één van de wagens uitgebeeld samen met zijn onafscheidelijke petroleumkar.   Oebele Weima woonde meer dan vijfenveertig jaar in bij het gezin van zijn dochter Elisabeth aan de Skoalstrjitte - later op de Tsjerkestrjitte 42. Op 17 januari 1872 aanschouwde Oebele het levenslicht in Minnertsga. Zijn ouders Sipke en Dirkje de Vries lagen toen met hun turfschip voor de kant in het dorp. Oebele is aan boord geboren maar zijn ouders hadden hun domicilie in Leeuwarden. De andere drie kinderen uit het gezin zijn geboren in Smallingerland, Idaarderadeel en Leeuwarden.   Oebele ging alleen naar school als het schip in Minnertsga lag te laden en te lossen. Voordat hij trouwde — hij was toen veertig jaar — voer hij zelf ook. Eerst op een vissersschip en later op een vrachtschip. Na zijn huwelijk in 1912 vestigde hij zich als groenteboer aan de Vegelinstraat in Leeuwarden, maar Minnertsga bleef trekken en vijf jaar later had hij daar een petroleumhandel. „Ik ben geboren als koopman en ik ben het gebleven", aldus Oebele in een interview met de Leeuwarder courant. Op negentigjarige leeftijd ventte hij nog steeds met petroleum langs de zeedijk van de Bildtdorpen tot Koehool.   Oebele Weima (1872 - 1974) Oebele wist nauwelijks wat ziekte was. Op z’n tijd nam hij zijn „prûmke" en zaterdagsavonds dronk hij met smaak zijn glaasje jonge jenever. Laat naar bed gaan was ook één van zijn gewoonten. En laat was in dit geval na twaalf uur. Op 102-jarige leeftijd las hij nog steeds iedere dag de krant en had hij nog volop belangstelling voor de dingen om zich heen. Oebele overleed op 14 juli 1974.

16 02, 2013

Nieuw filmfragment toegevoegd

2013-02-16T06:57:54+00:0016 februari 2013|0 Reacties

Deze keer een filmfragment van het speelkwartier bij de Christelijke Lager School aan de Tilledijk. Het filmfragment is van 1966. De school telde toen ongeveer 200 leerlingen en voordat de school inging moesten de kinderen zich in rijen opstellen. Klas bij klas. Hoofdmeester Van der Veen had daarbij altijd de leiding en gaf het signaal dat de klassen één-voor-één naar binnen mochten. Te beginnen met klas 1. Voor het bekijken van het filmpje ga naar de pagina filmfragmenten.    

9 06, 2012

Kapper Nijholt op de film (1953)

2012-12-31T09:50:57+00:009 juni 2012|2 Reacties

Vlak achter het 'Heechhout', de hoge voetgangersbrug, stond vroeger een heel klein huisje. Hierin had Jacob Nijholt zijn salon voor Scheren en Haarsnijden, zoals dat vroeger werd genoemd. Voordat kapper Nijholt hier zijn salon in had, woonde 'Alde' Grytsje Koopmans (1850 - 1926) in dit huisje. Mogelijk was dit de kleinste woning die er in Minnertsga te vinden was. Volgens overlevering zou dit huisje in de Franse-tijd gediend hebben als belastingkantoor. Maar feitelijke archiefdocumenten heb ik daarover tot nu toe niet kunnen vinden. Het is vrij aannemelijk dat het een overheidsgebouwtje is geweest, want volgens de kadastrale kaarten van 1832 stond het eigendom op naam van de grietman Collot 'd Escury. Deze grietman (burgemeester) had heel veel onroerend goed in en rondom Minnertsga in zijn bezit.  Het beschrijven van de historie van dit pand staat nog op mijn lijstje, . . . . dus wie weet komen we nog eens wat meer te weten. Het huisje werd in de volksmond 'de pillewap' genoemd. Jacob Nijholt werd geboren op 10 november 1900 in Leeuwarden. Hij was getrouwd met  Anna Oosterwal (1900 - 1979) die ook in Leeuwarden was geboren. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Na het overlijden van 'âlde' Grytsje vestigde Nijholt zich in het pand met een salon voor Scheren en Haarsnijden. Of het echtpaar met hun kinderen ook in dit pand heeft gewoond, is niet bekend. Een aantal jaren geleden heb ik via email contacten gehad met dochter Grietje die met haar man Klaas Smid in Canada woont. Dat contact is verwatert en een paar weken terug heb ik nog eens geprobeerd weer contact te krijgen met Klaas en Grietje. Maar  . . . . tot nu toe is dat niet gelukt. Ik had graag wat meer informatie willen hebben voordat ik wat over kapper Nijholt zou schijven.  De familie Nijholt heeft in ieder geval aan de Hermanawei 28 gewoond. Naast het uitoefenen van het kappersvak was Jacob ook actief bij de toneelvereniging 'Nocht en Keunst' als schminker. Zie ook dit bericht - klik hier -. Op één van de oude films van de tochten van Ouden van Dagen (1953) trof ik beelden aan van kapper Nijholt in zijn salon van Scheren en Haarsnijden. De beelden zijn te zien op het Youtube-kanaal Minnertsga-vroeger - klik hier -. Zo is er weer een stukje geschiedenis tot leven gebracht.

27 05, 2012

Antje ‘bûter’ Steensma (1900 – 1991)

2021-02-20T14:40:23+00:0027 mei 2012|5 Reacties

In de eerste helft van de 20ste eeuw kwamen er veel venters bij de deuren langs om handelswaar te verkopen. Die handel bestond meestal uit etenswaren, huishoudelijke artikelen of brandstof. Deze venters hadden niet zelf een bedrijf maar kochten de handel in. De ene vente met bakkerswaren van de plaatselijke bakker, de andere vente met knopen, elastiek, sokophouders, scheermesjes, veiligheidsspelden en meer van dat soort klein goed. Zo had ieder zijn eigen nerinkje. De venters waren zowel mannen als vrouwen en in ieder dorp waren er wel een paar te vinden. Ook in Antje Steensma onderweg naar klanten (1962) Minnertsga hebben we van die 'sútelers' gekend. Een daarvan was Antje Steensma (1900 - 1991) die in het dorp beter bekend was als 'Antsje Bûter'. Antje was ongehuwd en moest zelf in haar inkomen voorzien. Ik herinner mij haar vooral in de beginjaren '60 van de vorige eeuw. Hoe oud was zij dan wel niet? Juist ja . . . als over de zestig. 'Antsje Bûter' vente, zoals uit haar de bijnaam blijkt, met boter. Nou . . . . met boter; beter gezegd met margarine! Planta, Zeeuwsmeisje, Bleu Band, Wajang enzovoort. Ergens speelt bij mij nog in het geheugen om dat zij ook met koffie en thee vente, maar daar ben ik niet zeker van omdat we in Minnertsga in die tijd ook nog een 'Antsje Koffie en thee' hadden. Antje had alles in tassen aan haar fiets hangen waarmee ze naar haar klanten ging. Zij deed ook aan klantenbinding. Bij gezinnen met jonge kinderen kreeg de moeder des huizes bij elke aankoop een cent voor in de spaarpot van de kinderen. Zij woonde tussen de smederij van Johannes de Dijkstra en Sietse Bierma de groenteboer. Het pand bestond uit drie woningen achter elkaar met de deur aan het pad dat liep tussen Lytsebuorren en de buorren (Meinardswei). Haar vader had deze woningen gekocht van Lucas Petrus Hannema. In het voorste gedeelte - aan de buorren - woonde Antje. De middelste woning gebruikte ze als opslag voor haar goederen en de achterste woning was toen in gebruik door de smid Johannes Dijkstra die er een showroom in had met nieuwe fietsen en Solex brommers. 'Antsje Bûter' was een bekendheid die altijd met klompen aan op de fiets zat en een soort van Alpinopet op had. Op 12 november 1991 is zij op 91-jarige leeftijd overleden. Zij ligt begraven op het kerkhof van Minnertsga.   Minnertsga (1961)    

6 05, 2012

Gasmunten

2012-12-31T07:00:57+00:006 mei 2012|1 Reactie

Het uitzoeken van de geschiedenis van Minnertsga en zijn bewoners is mijn grote passie. Maar daarnaast probeer ik bijvoorbeeld ook alle oude prentbriefkaarten van Minnertsga te verzamelen en andere leuke curiositeiten die een duidelijke relatie hebben met het dorp. Zo kreeg ik enkele jaren geleden bij toeval een Delfts blauw klompje in bezit. Goed . . . ik moest er een paar Euro voor betalen maar dat heb je er als ‘dorpsgek’ dan wel voorover. Eigenlijk stelt het niet zo veel voor, maar het is leuk om dit soort bijzondere voorwerpen te hebben.  Maar als je met de historie van Minnertsga bezig bent, dan ontkom je er niet aan dat de historie van Barradeel je ook raakt. En als je dan wat bijzonders tegenkomt wat een duidelijke relatie met Barradeel heeft, dan probeer ik dat ook in handen te krijgen.  Zo ben ik ooit in het bezit gekomen van een gasmuntje van de gasfabriek die vroeger in Tzummarum stond. Zelf heb ik geen herinneringen aan een gasmuntje, maar ik wist wel van het bestaan af dat dergelijke muntjes vroeger werden gebruikt voor de gaslevering. Op geregelde tijden kwamen de meteropnemers van het elektrisch en het gas langs. Een van de gemeentelijke gasfabriek en een van de P.E.B. de leverancier van de stroom. Zij schreven niet alleen de stand van de meters op maar zij haalden ze ook leeg. Zowel naast de gas- als de stroommeter was een muntapparaat aangebracht waarin je steeds een munt moest gooien om weer een hoeveelheid energie geleverd te krijgen. Op die manier was het gas en het licht altijd betaald.  De gasmunten waren van zink of messing en hadden de grootte van de huidige 50 eurocent muntstuk. In het midden kon een gaatje zitten of de rand werd onderbroken door een inkeping. Munten voor de gasmeter kon je kopen bij de meteropnemer die eens in de maand langs kwam. Wie de meteropnemer(s) zijn geweest van het gasfabriek Barradeel is mij niet bekend. Eén meteropnemer kan ik mij nog voor de geest krijgen, maar zijn naam weet ik niet meer.   In de loop van de oorlogsjaren deed zich echter het probleem voor dat de energiebedrijven geen metaal meer konden krijgen om nog nieuwe munten aan te maken. En daardoor ontstond een  betaalwijze die wat moderner aandeed. De zegels van de muntenkasten werden verbroken en met één muntje kon je eindeloos veel energie afnemen, gewoon door het steeds in de gleuf te gooien en het onderaan weer op te vangen. En toen zelfs de laatste munten verdwenen waren ontstond als vervanger voor  de gasmunt een 2½-centstuk waar een inkeping in was gevijld of er werd een vooroorlogse stuiver gebruikt voor de stroommeter. Ook na de oorlog hebben de muntmeters nog een tijdlang hun diensten bewezen, maar geleidelijk aan verloren de meteropnemers hun baan en evolueerde het betalingssysteem tot dat wat we nu hebben: een maandelijkse termijnbetaling, een ‘student-meteropnemer’die eens in de drie jaar langs komt en een jaarlijkse, onleesbare rekening. Mogelijk dat er lezers zijn die nog [...]

Ga naar de bovenkant