18 01, 2014

Tekening kinderjaren na ruim 53 jaar terug bij maker

2014-01-19T16:04:51+00:0018 januari 2014|0 Reacties

Het is donderdagavond (16-01) en ik ben onderweg naar de bijeenkomst van de commissie van het Bildts Dokumintasysintrum in St. Annaparochie. De afdeling van het BDS van Minnertsga is vorig jaar zomer, door het sluiten van de bibliotheek, overgegaan naar St. Annaparochie. Dat is jammer, maar de reis is voor mij 7 km korter als je vanuit de noordelijkste stad van de Friese Elfsteden moet komen. Onderweg verheug ik mij om de ingekomen documentatie stukken te bekijken want volgens de lijst is er heel wat binnengekomen. In de bibliotheek zitten de commissieleden al om een grote tafel en ik schuif als laatste aan. De ingekomen documenten: oude foto’s, diploma’s, boekjes, schriften, boeken met grafschriften, knipsels enz. liggen keurig gesorteerd op tafel. Voordat met de ‘vergadering’ wordt begonnen, worden eerst de documenten beoordeeld.   Dooitze Zwart – die in deze bijeenkomst, na 18 jaar commissielid te zijn geweest, afscheid neemt– had een stapeltje boekjes gekregen uit de nalatenschap van de Minnertsgaaster Hilda (Hiltje) de Haan – Van Dijk. Ik krijg het stapeltje van Dooitze toegeschoven om er even doorheen te kijken. Hilda, die op 31 oktober 2013 is overleden, was getrouwd met Klaas de Haan en had geen kinderen. Mijn ouders waren vroeger bevriend met Klaas en Hilda. Klaas werkte in Minnertsga in de ZPC-loods waar mijn vader toen ook werkte en Hilda maakte vroeger altijd prachtig naaiwerk; zij was een echte coupeuse. Of het nu aan het model van mijn moeder lag of aan maatvoering van de jurken bij C&A  en Peek en Cloppenburg; mijn moeder kon nooit een geschikte jurk vinden weet ik mij te herinneren. Ze vond altijd wél mooie stoffen om er jurken van te laten maken. Dan kwam ze thuis met een aantal meters stof en dan ging ze naar Hilda toe die er vervolgens een mooie jurk van maakte. In die jaren kwamen wij regelmatig bij Klaas en Hilda over de vloer. Mijn broertje en ik noemden Hilda dan ook ‘ tante Hilda’.                 Ik blader even vluchtig door een paar boekjes uit de nalatenschap van Hilda. In het boekje met de titel: ‘Nu ’t leven in’, tref ik op een vrijwel lege bladzijde een tekening aan die met een kinderhand is gemaakt. Het is een huis, de vlag hangt uit en op het dak is de een televisieantenne getekend met zelfs een paar streepjes aan beide kanten die de dakgoten voorstellen. Toch een vrij gedetailleerde tekening. Bij het lezen van de naam die er boven bestaat, sla ik bijna achterover van verbazing. Mijn naam! Ik schreef mijn naam als ‘gerrit b’. Tientallen jaren later schrijft ene artiest Ali zijn naam als Ali B. Die B is overigens ook maar de enige overeenkomst, maar dat terzijde. Mijn dag kan niet meer stuk! Na ruim 53 jaar zie ik mijn eigen tekening weer terug. Gerrit Bouma Hilda de Haan - Van Dijk is nummer 14 op de foto van onderstaand bericht.

11 01, 2014

Hendrikus Joukema overlijdt bij aankomst uit Amerika

2014-01-11T10:38:32+00:0011 januari 2014|0 Reacties

‘As it moat dan moatte wy der no noch hinne’, zullen Hendrikus Joukema en zijn vrouw in 1925 tegen elkaar hebben gezegd. Hun jongste zoon Jouke was op 25-jarige leeftijd naar Amerika geëmigreerd. Jouke is toen met het schip de ‘Rotterdam’ van de Holland-Amerika lijn daar naar toe gegaan en is op 22 juni 1914 op Ellis Island aangekomen. Vlnr. Froukje, mem Trijntje, Sijtske, heit Hendrikus, Jouke, Dirk.   Jouke is in Chicago getrouwd met Mildred Eva Schaflein en zij kregen een zoon en een dochter. Het ging Jouke (Joseph Henry zoals hij zich noemde) kennelijk financieel goed dat hij geld genoeg had om zijn ouders enkele jaren vóór 1925 te bezoeken. Tijdens dat bezoek had hij er bij zijn ouders, die al aardig op leeftijd waren, erop aangedrongen om hem en zijn gezin een keer komen te bezoeken in Amerika.   Op 29 juli 1925 vertrokken de toen 72-jarige Hendrikus Joukema en 74-jarige vrouw Trijntje Dijkstra voor een reis naar hun zoon in Amerika. Het was een langdurig verblijf bij hun zoon en zijn gezin, want je ging in die tijd niet zomaar even voor een paar weken naar de overkant van de grote plas. Het voldeed de oudjes prima in het verre Amerika want ze schreven regelmatig opgewekte brieven naar hun familie en kennissen in Minnertsga. Na bijna tien maanden in Amerika te zijn geweest vertrokken Hendrikus en zijn vrouw weer naar Nederland in het bijzijn van hun zoon Jouke en zijn gezin. Dat had een bijzondere reden omdat Hendrikus en Trijntje op 18 mei 1926 hun 50-jarig huwelijk zouden vieren. En dat moest gebeuren in Minnertsga in het bijzijn van de andere kinderen en familieleden. De datum van aankomst in Rotterdam was bepaald op 11 mei. In het dorp werd de thuiskomst van Hendrikus en Trijntje druk besproken. Het was de bedoeling dat zij in Minnertsga van de trein – Noord Friesche Lokaal Spoorwegmaatschappij - af werden gehaald door het muziekkorps Oranje. Helaas kwam het niet zover want bij aankomst in Rotterdam bleek Hendrikus ziek te zijn. De beide dochters in Minnertsga ontvingen toen een telegram dat hun ouders in Rotterdam bleven bij hun broer Dirk die daar woonde. Een dag later kwam er weer bericht . . . . . met slecht nieuws dat hun vader inmiddels was overleden. In plaats dat er vreugde heerste bij de familie en de mensen in het dorp, heerste er toen diepe droefheid. Hendrikus en Trijntje hadden samen de overtocht gemaakt, maar het laatste stuk moest de oude vrouw zonder haar man afleggen. Voordat Hendrikus naar Amerika vertrok, had hij de wens uitgesproken dat hij eenmaal hoopte begraven te worden op het kerkhof van Minnertsga. Hoe kan het de mens vergaan, want drie dagen voor de heugelijke gebeurtenis van het 50-jarig huwelijk is hij begraven op het kerkhof van Minnertsga. Geheel links Hendrikus Joukema Hendrikus is tijdens zijn leven boerenarbeider geweest. Mogelijk dat hij ook bij de landbouwer Simon Brouwers, die in de boerderij aan de [...]

27 12, 2013

Verrassende foto van Photograaf S. Zoodsma

2024-11-19T21:44:20+00:0027 december 2013|1 Reactie

Soms komen er van die onverwachte dingen over Minnertsga van vroeger voorbij die mij voor raadsels stellen. Dit gebeurde ook met de afbeelding die Piet Groeneveld uit Giessenburg mij toestuurde. Wie is deze dame? Uit het familiealbum komt deze foto van een dame waarvan Piet de naam – helaas- niet weet. Dat is natuurlijk jammer. Het zou mooi zijn als deze dame op de foto nog een naam kan krijgen. Dan heeft de foto veel meer waarde. Maar ook zonder die naam heeft de foto voor mij ontzettend veel waarde, maar dat heeft meer betrekking op de achterkant van de foto. Daar staat: ‘S. Zoodsma Photograaf ~ Minnertsga’. Nu heb ik al veel genealogisch onderzoek gedaan naar de familie Zoodsma, maar dat een S. Zoodsma ‘photograaf’ was in Minnertsga, is mij volslagen onbekend. Verrassend dus als zoiets voorbij komt. Maar dan begint ook gelijk weer mijn nieuwsgierigheid de kop op te steken: wie kan die S. Zoodsma geweest zijn? Aan de uitvoering van de foto te zien, moet de foto tussen 1900 en 1910 zijn gemaakt. Foto’s maken was in die tijd een bijzonderheid en weggelegd voor vakfotografen die zich soms ook artiest of kunstenaar noemden. Portretfoto’s maken gebeurde bij hun in het atelier zoals sommigen dat vermelden op de foto’s. De fotograaf liet op verschillende manieren zijn naam vermelden op de foto: gestempeld, geschreven, doormiddel van kleine opdruk of een etiket. Deze foto is gestempeld. De enige S. Zoodsma die mijn naar mening in aanmerking zou kunnen komen voor ‘Photograaf’, is Sipke Jans Zoodsma (1861-1941). Hij was kleermaker, maar ook gemeenteontvanger. De gemeenteontvanger inde de belastinggelden van de burgers in het dorp. Maar hij speelde ook op bestuurlijk vlak in het verenigingsleven een grote rol. Zo was hij ook bestuurslid van de begrafenisvereniging. En bij afwezigheid van de dominee beklom Sipke zonder problemen de preekstoel en sprak hij de kerkgangers toe. Het was wel wat een man met poeha. Als ik één van de S. Zoodsma’s uit Minnertsga het predicaat Photograaf wil toedichten, dan komt deze Sipke naar mijn idee het meest hiervoor in aanmerking. Maar . . . . deze Sipke was een broer van mijn vrouw haar overgrootvader. Als deze Sipke Photograaf was geweest hadden er naar mijn idee ook veel meer van dit soort van mooie foto’s bij de familie Zoodsma in omloop moeten zijn geweest. En die mis ik! Sijtze (l) en Sikpe (R) Zoodsma Het blijft dus vooralsnog koffiedik kijken of ik de juiste S. Zoodsma het predicaat Photograaf heb toegedicht. Misschien zijn er lezers die meer weten of zelfs nog foto’s in hun bezit hebben met achterop zo’n stempel. Laat het dan even weten.

22 12, 2013

Opening moderne gymnastiekzaal (1955)

2014-01-05T11:36:44+00:0022 december 2013|0 Reacties

‘Alles is van het beste", zei burgemeester J. Duker van Barradeel op 28 maart 1955 tijdens de opening van de het nieuwe gymnastiekzaal aan de Hermanawei. Daarmee bewees hij, dat de gemeente aan de ene kant vasthield aan een oeroud principe, maar daarnaast een open oog had voor eisen van die tijd. Rechts schoolwoning   Na de afbraak van de schoolwoning werd, op die plaats en voor die tijd, een zeer moderne gymnastiekzaal gebouwd. Kosten nog moeite waren gespaard om een goede accommodatie te maken. Alles zag er keurig uit: de vloeren, de zaal de werktuigen de garderobe, de wasgelegenheid, de toiletten enz. De sportverenigingen en de schooljeugd konden er buitengewoon tevreden mee zijn. En . . . . . dat waren ze ook! De toespraken van de ‘hoofden der scholen’ en de vertegenwoordigers van de oudere sportbeoefenaren lieten dat ook weten. Als dank voor deze prachtige gymnastiekzaal, hadden de oudere sportbeoefenaars een klok aangeboden. Verder zei iemand - die het weten kon -, dat de gymnastiekzaal een voorbeeld was voor andere plaatsen. Een pluim te meer op de hoed van het gemeentebestuur, want bij de opening van het gymnastiekgebouw te Sexbierum werd precies hetzelfde beweerd.   Het nieuwe gebouw besloeg het gehele oppervlak van de afgebroken oude schoolmeesterswoning en vormde één geheel met het gebouw van de openbare school. De hoofdmeester van die school, meester P. Bloembergen, had eerst wel bezwaar tegen de bouw. Immers, de uitoefening van gymnastiek gaat vaak ook gepaard met luidruchtigheid. Maar toen hij zag hoe gemeentewerken daarvoor maatregelen zou treffen, verdwenen de bezwaren van de hoofdmeester als sneeuw voor de zon. Niets werd onbenut gelaten om de hinder te beperken. Het hoofd van de christelijke school, de heer J. Steenstra, was ook blij met de gedachte dat er maatregelen waren getroffen om geluidsoverlast te voorkomen. Want de gymnastiekzaal was gebouwd voor algemeen gebruik, dus ook de leerlingen van meester Steenstra zijn school mochten er gebruik van maken. En meester Steenstra wilde niet dat de verstandhouding met zijn collega’s van de openbare school werd verstoord door geluidsoverlast. 2de man rechts burgemeester Duker                 De heer K. Schotanus en M. van der Sluis brachten de dank over van de (sport/gymnastiek)verenigingen, terwijl de gymnastiekwerktuigenfabriek een volleybal aanbood. Na het openen van de deur door burgemeester J. Duker kreeg het gezelschap gelegenheid het gebouw te bezichtigen. Een groepje leden van de verschillende verenigingen toonde daarna de mogelijkheden van de nieuwe inrichting. Bron: Leeuwarder Courant, 29-03-1955  

1 12, 2013

Omzwervingen gevelsteen boerderij Sixma-state

2013-12-01T19:41:00+00:001 december 2013|1 Reactie

Na afbraak van de stelpboerderij Sixma in 1913 is van het gesloopte bouwmateriaal bij Warstiens een nieuwe stelpboerderij opgebouwd. Met het verplaatsen van het gesloopte materiaal naar Warstiens, kwam ook de oude gevelsteen daar terecht. Maar na een omzwerving via Wageningen kwam de steen uiteindelijk weer terecht in Minnertsga.   Sixma-state Waar stond die boerderij? De boerderij Sixma(-state) lag vroeger ten zuiden van het dorp. Vanuit het dorp gezien aan het einde van de Sixma van Andalwei links afslaan. Dan over de toegangsweg naar de boerderij van de familie Tjalma (W. Binnemaleane 1). Na die boerderij is het dan nog ongeveer vijftig meter lopen en je bent bij het perceel waarop vroeger de stelpboerderij Sixma heeft gestaan. In het Stemkohier van 1640 wordt de boerderij al genoemd. Die is dan eigendom van heer Van Sixma. In 1700 is de boerderij in eigendom bij de erven van Agge Van Sixma. Om nu de hele geschiedenis van de eigenaren en de huurders precies te beschrijven in dit artikel, is naar mijn idee niet passend. Het gaat per slot van rekening om het verhaal rond de gevelsteen. [hotspot id=1151 /]   Gevelsteen Op enig moment verkeerde de oude boerderij kennelijk in slechte staat dat er een nieuwe moest worden gebouwd. Die nieuwe, van het type stelpboerderij, is in 1885 gebouwd getuige een gevelsteen. Volgens de gevelsteen is de eerste steen gelegd door twee meisjes: Ypckjen en Clara Lycklama à Nijeholt die toen twaalf en acht jaar waren. Wie waren nu die twee meisje en wat was de relatie met deze nieuwe stelpboerderij? Ypckjen (1873-1916) en Clara (1877-1902) waren dochters van Jonkheer Augustinus Lycklama à Nijeholt en Anna Adrianna Cornelia Sixma van Heemstra. In 1640 en 1700 is de boerderij al eigendom van de familie Van Sixma. Door vererving is het eigendomsrecht geheel of deels terecht gekomen bij de moeder van deze beide meisjes. Stelpboerderij In het boekje ‘Minnertsga, bydrage ta syn skiednis’ beschrijft de auteur P.B. Winsemius de stelpboerderij als volgt. ‘De moaije, greate, bipanne stjelp (west-east), mei útsicht op it westen, it foarste diel mei blauwe pannen, it efterste diel, de skuorrûmte dus, mei reade pannen dutsen, dy’t tige heech lei, joech oant it lânskipsbylf súdlik fan it doarp tekening’. De laatste pachters van de boerderij waren: Rinse Tane Vellinga, Wytse Schuiling en als allerlaatste Tjipke Pieters Wijngaarden. In de herfst van 1912 is de stelpboerderij openbaar verkocht en kwam uiteindelijk in handen van notairs Ottema. Tjipke Pieters heeft er gewoond tot 12 mei (âlde maaie) 1913, de dag waarop de meeste pachtcontacten en arbeidsovereenkomsten werden beëindigd of opnieuw werden gesloten. Tot voortzetting van het pachtcontract is het niet gekomen. Hoewel Tjipke Pieters een goede veehouder was – hij uitmuntend jong- en melkvee die op vijf na allemaal ingeschreven stonden in het Friesch Rundvee-stamboek – moest hij door gezondheidsomstandigheden afscheid nemen van het boerenbedrijf. Hij liep toen tegen de zestig toen hij op 3 april 1913 noodgedwongen boelgoed moest houden. Van Sixma-state is hij toen verhuist naar Franeker waar hij [...]

Ga naar de bovenkant