9 01, 2016

Sigarenmagazijn Redmer de Roos (Stasjonsstrjitte 1)

2016-01-09T16:36:52+00:009 januari, 2016|0 Reacties

Roken kent natuurlijk een eeuwenlange geschiedenis, maar pas na de Eerste Wereldoorlog raakte roken volledig ingeburgerd. Dat kwam door de uitgebreide reclamecampagnes van de producenten van rookwaren. Het werd een algemene gewoonte en roken was overal toegestaan. Er waren zelfs dokters en tandartsen die roken aanraadden. De jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werden de hoogtijdagen van de tabaksindustrie. In die periode rookte zestig procent van de volwassen bevolking. Dat was ook de tijd dat er in Minnertsga bijna op elke hoek van de straat wel een verkooppunt was van rookwaren zoals sigaretten, sigaren en pijptabak. Een van die verkooppunten was gevestigd op de Stasjonstrjitte nummer 1. Hier had Redmer de Roos en Jeltje Meersma een winkeltje in rookwaren. Dergelijke verkooppunten werden meestal sigarenmagazijnen genoemd. In het boek over de Middenstand en ondernemers in Minnertsga dat door Dooitze Zwart is gemaakt, staat onderstaand verhaal in van de dochter Sippie. ‘Mijn vader Redmer de Roos en moeder Jeltje Meersma, zijn zelf de winkel begonnen. Er werd een kamertje aan de voorkant van het huis ingericht als winkel. Dit betekende: een etalage maken, stellingen bouwen en een schuifdeur erin. Ook werd er een kachel in geplaatst, die in de winter en zomer doorbrandde want sigaren moeten goed droog zijn en blijven. Verder kwam er een echt oud kabinet in. In de bovenkant van het kabinet stonden doosjes kleine en grote sigaren en in de laden zat de tabak, shag, rook- en pruimtabak. De sigaretten stonden in een grote doos op een tafeltje. De kassa was een lade van het kabinet. Wel stonden er 2 stoelen in de winkel voor diegene die even wilde of moest zitten. Tegenwoordig vergeet men dit vaak voor de ouderen. Vader had wel diploma’s maar werkte verder op het land en moeder was altijd thuis voor de winkel. Op zaterdagochtend ging mijn vader op de fiets en later op de brommer bij de boeren in de omtrek langs met een koffer met kistjes sigaren om deze te verkopen. Op zaterdagmiddag kwamen er ook nog wel mannen langs voor de gezelligheid, waarbij ze dan met vader een sigaartje rookten.       Ik denk dat het rond 1934 was dat ze gestart zijn met de winkel. In de oorlog was ook de rokerij op de bon en stonden ze soms in de rij als de bonnen uitkwamen bijvoorbeeld voor een half pakje shag. Ook herinner ik mij nog de tijd van de winkelsluiting om 7 uur. Dan stond politieman Oppewal (en ik meen soms Van der Sluis) achter de schuur tegenover ons om te zien of er om één minuut over zevenen nog iemand de deur uitkwam. Dan kreeg men een proces-verbaal (echt gebeurd). Het was een moeilijke tijd. Er waren in die tijd 16 in Minnertsga, die rokerij verkochten. Dan is de spoeling wel dun. Wij waren in Minnertsga wel de enige winkel, die uitsluitend alleen rokerij verkochten. Daar mijn moeder Jeltje in januari 1960 is overleden en mijn vader een tijd alleen was, is hij Lees meer

15 02, 2015

Herberg ‘De Roscam’ en de bewoners

2015-02-21T19:43:19+00:0015 februari, 2015|0 Reacties

Dit verhaal gaat een heel stuk terug in de tijd en heeft betrekking op een van de oudste panden in Minnertsga. In december 1995 heb ik het verhaal al eens gepubliceerd in de dorpskrant Nijs út eigen doarp. Wie wat bewaard heeft wat! Het pand waar het in dit verhaal over gaat staat links van bakkerij Plat, op de hoek Tsjillen-Havenstrjitte. Omstreeks 1700 was ene Jacob Velthuys daar toen kastelein en herbergier. De herberg droeg in die tijd de naam 'De Roscam' een naam die eigenlijk met paarden moet worden geassocieerd. Maar als we de ligging van het pand bekijken in die jaren met een vaart aan de voorkant en aan de linker zijgevel, dan is het vrijwel ondenkbaar dat er hier om een herberg ging met een voorziening om paarden tijdelijk te stallen en te voeren, een zogenaamde doorreed. In een doorreed lieten menners hun paarden even uitrusten en op krachten komen. De menners zelf gingen de kroeg in om op krachten te komen van de reis. Oud-Minnertsgaaster Gosse Vogel (1924-1998) publiceerde in januari 1991 in de dorpskrant Nijs út eigen doarp een verhaal waarin hij Pieter Alma aanhaalde. Pieter Alma was boer op de boerderij die vroeger op Dirkjebuorren stond. Deze gezaghebbende boer liet op 19 januari 1710 in de herberg ‘De Roscam’ één of ander vreemdsoortig spotlied zingen door een aantal jonge dames uit het dorp. Daarna trakteerde hij de jonge dames nog op bier. Na dat gebeuren, wat blijkbaar niet zo gepast was geweest, eiste de rechtelijke macht een schadevergoeding van boer Alma. Van kastelein Jacob Velthuys is eigenlijk weinig terug te vinden in de archieven en daardoor is het niet mogelijk om een levensbeschouwing van hem samen te stellen. Maar in een soort belastingboek uit die tijd ben ik wel een Jacob Cornelis tegengekomen. Dat zou Jacob Cornelis Velthuys kunnen zijn, maar zeker ben ik daar niet van want het zou ook een opvolger kunnen zijn omdat het een belastingboek uit 1747 is, dus heel wat jaren later. Interieur van een oude herberg met tapkast   Deze Jacob Cornelis is volgens het belastingboek herbergier en heeft samen met zijn vrouw, die niet bij naam wordt genoemd, een goed bestaan. Zij waren samen één van de 115 gezinnen die Minnertsga in die jaren toen telde. Kinderen van dit echtpaar worden niet vermeld in het belastingboek wat bij andere genoemde personen wel wordt gedaan. Ook in de doopboeken werden geen kinderen van dit echtpaar gevonden. Enig zoekwerk in de trouw- en lidmaatboeken van de kerk leverde op dat laatst genoemde Jacob huwde op 26 april 1722 met Wijtske Jans. Op 22 mei 1727 liet Jacob zich in de Nederlands Hervormde kerk dopen en deed hij direct samen met zijn vrouw belijdenis des geloofs. Jacob wordt in de verschillende boeken nogal eens met verschillende namen vermeld, zoals Japik Crelis en Jacob Crelis. Jacob en Wijstke legateren op 19 september 1770 hun bezittingen aan de erfgenamen Antje Sjoerds, een minderjarig kind, en aan Sjoerd Pieters en zijn Lees meer

Ga naar de bovenkant