Op zaterdagavond 12 oktober (2025) gaf Muziekvereniging Oranje een indrukwekkend concert onder de titel 80 JIER FRIJHEID. Het programma bestond uit acht aangrijpende 2-minutenverhalen over gebeurtenissen die zich tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in Minnertsga hebben afgespeeld. Muziek en verhalen vulden elkaar op prachtige wijze aan en maakten diepe indruk op het publiek.

Na afloop van het concert kregen we meerdere verzoeken om de 2-minutenverhalen ook in de dorpskrant te publiceren, zodat ook degenen die niet aanwezig konden zijn kennis kunnen maken met deze bijzondere verhalen. In de dorpskrant is verhaal al gedupliceerd en daarom is het ook op deze website geplaats zodat er nog meer mensen het kunnen lezen. 

BAUKE TJIBBELES MIEDEMA (1909-1995)

Bauke is gardenier en begin dertig als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Een jonge man, vol dromen. Hij woont dan met zijn vrouw Iebeltje aan de Miedleane. Een eenvoudige woning — maar met een bijzondere achtertuin. Want daar, achter het huis, stond zijn trots: een zelfgebouwde sterrenkijkinstallatie. Want Bauke was meer dan gardenier. Hij was lenzenslijper, telescoopbouwer, een man die met zijn blik de hemel afspeurde, altijd op zoek naar licht in de duisternis. Maar in 1939 kwam de mobilisatie. Bauke, die zijn dienstplicht al had vervuld, werd – net als 50.000 anderen – opnieuw opgeroepen. En zo begon een periode van hoop en van vrees. Thuis werd het gardeniersbedrijf voortgezet door zijn vrouw, zijn vader en schoonvader. Maar voor Bauke begon een reis vol onzekerheid.

In de gure winter van 1940 – de mobilisatiewinter, zoals men die later zou noemen – werd hij overgeplaatst naar Delfzijl. Wachtlopen in de haven. De ijzige kou beet zich vast in alles. De dreiging van oorlog hing in de lucht, steeds zwaarder, steeds dichterbij. En dan, begin mei, zit Bauke in de Betuwe. Plots vallen daar parachutisten uit de lucht. En in de verte – lichtflitsen aan de hemel. De nacht werd verlicht door de oorlog. De spanning groeide, de angst sloop in elk hart. En dan . . . valt er een dichte mist over het land. Duitse vliegtuigen verliezen hun zicht. En op de grond, tussen de soldaten, vouwen velen hun handen samen. Gebeden stijgen op. In die mist vonden ze een glimp van bescherming. Een teken van hoop te midden van het gevaar. Na de capitulatie keerde Bauke terug naar huis. Het voelde als een bevrijding — maar ook als het begin van iets onbekends. Zijn eigen woorden bij thuiskomst: “Se ûntfongen my thús as wie ik út ‘e dea weromkommen.” Ze ontvingen me thuis alsof ik uit de dood was teruggekeerd.

Bauke had niet alleen een scherpe blik voor de sterren maar ook een gevoelig hart. Hij schreef gedichten – waar zijn angst, zijn spanning, zijn verlangen naar licht in doorklonken. Zoals in het volgende gedicht, dat hij schreef na zijn terugkeer in Minnertsga.

Een getuigenis van een man die het duister zag, maar altijd bleef kijken naar het licht.

WEROM

Hoe djoer leaf ha ik dy, o Minnertsgea
Wêr’k myn jonge jieren boarte
Hoe wol ik no myn syl útstoarte
En tankje him, dy’t rêde út de dea

Ik sjoch der ginder stean dyn âlde toer
Hy winket my hast temjitte
No kom ik werom út fiere fierte
En jou my oan dyn leafed oer

De fjilden sprek’ in taal fan kom werom
Hja wachtsje op myn hannen
Ik bin werom út oarlochsbannen
En ‘k bin hast foar dynoansjoch stom

No fiel ik fêst de bân dy t my omklammen
As wie k foar jierren hjir net west
En wie myn oantins oan dy dwest
Myn leafde loget op, it flammet

 En fuler wurdt myn klopjend hertsferlangen
Dat oanwint mei  t ik neier kom
No brek ik ut yn lofsangen
O God, haw tank, ik bin werom!