4 03, 2012

Vrijdag de 13de

2012-12-31T08:49:08+00:004 maart 2012|0 Reacties

Dit verhaal gaat meer dan 100 jaar terug in de tijd. Terug naar het jaar 1910 en wel op vrijdagmiddag laat in de middag op 13 oktober. In de dorpskern was het toen allemaal drukte. Op de kade van de stond het vol met klampen turf, steen, vaten en houten kisten. Veel ruimte was er niet meer op de weg voor het doorgaande verkeer. De beurtschipper had net zijn lading op de kade gezet en ook andere vrachtvervoerders hadden hun vracht deels van boord gehaald of waren aan het verladen om de vracht verder met paard en wagen te vervoeren. Gemotoriseerd verkeer was er nog maar weinig, maar zo nu en dan reed er door het dorp ook wel eens een motorrijwiel of een automobiel. Zo reed er op die bewuste namiddag een motorrijwiel door het dorp. Het vervoermiddel werd bestuurd door IJpe de V., een reiziger uit Sneek die op weg was naar huis. Op datzelfde moment reed ook een voerman door het dorp met twee paarden voor de wagen. Toen IJpe de V. al toeterend, maar zonder vaart te minderen, de voerman wilde passeren, sloegen de paarden op hol. Hoewel de paarden al wat onrustig waren van de drukte in het dorp, werd het lawaai van het motorrijwiel de dieren te veel. Minnertsga omstreeks 1910 Rechtszaak Hoe het verder allemaal verlopen is, is niet bekend, maar de zaak was kennelijk wel zo ernstig dat deze zaak voor de rechter kwam. De kantonrechter in Harlingen had beklaagde IJpe de V. schuldig verklaart aan het rijden met zodanige vaart, dat de veiligheid van het verkeer daardoor in gevaar was gebracht. IJpe de V. werd veroordeeld tot een boete van fl. 50,00 of 20 dagen hechtenis. Hoger Beroep IJpe de V. is na de uitspraak in hoger beroep gegaan. Deze rechtszaak kwam op 29 maart 1911 op de rol te staan van het Gerechtshof in Leeuwarden. Mr. M.E. Hepkema kwam met vier getuigen de zaak verdedigen voor IJpe de V. De eerste getuige was de gemeenteveldwachter Th. Boersma die in Minnertsga woonde. Hij vertelde hoe hij de toestand na het passeren van het motorrijwiel had aangetroffen. Veldwachter Boersma had de zaak daarna goed onderzocht, maar dat onderzoek gaf hem geen aanleiding om proces-verbaal op te maken. Volgens de tweede getuige, de veehouder Cornelis de Vries van Minnertsga, had beklaagde voldoende luid getoeterd en reed hij niet hard. Getuige merkte op dat de paarden van de voerman van te voren al schichtig waren. De derde getuige was de 30-jarige Sikke Marra. Ook hij had beklaagde horen toeteren en zei dat beklaagde op dat moment niet snel reed. Zodra het ongeluk gebeurd was stapte volgens getuige Sikke Marra de bestuurder meteen van zijn motor af en had de voerman in dit geval de paarden van de wagen moeten afhaken. Reink Zoodsma en Sikke Marra op de wagen De laatste getuige was Geertje de Groot, de vrouw van Sikke Marra. Volgens Geertje waren de paarden al geschrokken van de ' [...]

1 03, 2012

Voorganger als oplichter actief

2013-02-03T14:06:46+00:001 maart 2012|1 Reactie

In de Tsjerkestrjitte heeft enkele jaren een kerkgebouw gestaan van de afgescheiden gemeente van de Vrije Evangelisten. Aan dat kerkgebouw heb ik - als jeugdige bewoner van de straat - bijzondere herinneringen. Maar de details over het hoe en waarom dat kerkgebouw daar ineens werd gebouwd, had ik niet meer scherp. Behalve dan de voorganger, die een Citroën (snoekenbek) had, met hoge snelheden door de Tsjerkestrjitte jakkerde, die heb ik nog heel scherp in beeld. Wij noemden hem ‘it flaenend Evangely’. Reden om eens wat onderzoek te doen en het geheugen weer wat op te frissen. In juni 1964 kwam Hans Veenendaal naar Minnertsga om op te treden als voorganger van de - afgescheiden - Vrije Evangelische gemeente. De veertig leden van de afgescheiden gemeente hadden alle vertrouwen in de man. Niemand had toen enig vermoeden met een zwendelaar van doen te hebben die overigens goed kon preken. De diensten werden aanvankelijk gehouden ten huize van één van de leden van het voorlopige kerkbestuur. De voorganger wekte nog meer vertrouwen, omdat hij plannen had om een eigen kerkgebouw op te richten. Hij gaf zich uit als directeur van het Nederlands Evangelisatie Team te Emmeloord en hij suggereerde tegenover het kerkbestuur dat die organisatie zestig procent van de realisatiekosten zou betalen. De voorganger zou er zelf voor zorgen dat de resterende veertig procent op tafel kwam. Houten kerkgebouw a/d/ Tsjerkestrjitte Veenendaal had in het verleden al heel wat keren in Minnertsga gepreekt voor de Vrij Evangelische Gemeente in het dorp. Maar de bond van Vrije Evangelische Gemeenten was niet ingenomen met de activiteiten van de voorganger en legde hem om een of andere reden een spreekverbod op. Oorzaak van de houding van de Bond was de levenswandel van voorganger Veenendaal. Die was reeds eerder met justitie in aanraking geweest. In de gevangenis had hij kennis gemaakt met ds. Van Gent uit Emmeloord die zich het lot aantrok van deze jongeman en hem tot zijn pleegzoon maakte. Naar aanleiding van dat verbod ontstond er verdeeldheid onder de gemeenteleden. De kerkelijke gemeente had toen geen eigen predikant, maar de geestelijke verzorging van de gemeenteleden was toen in handen van ds. Zijlstra uit Franeker. Zo ontstond er een groep gemeente leden die getrouw aan ds. Zijlstra waren en een groep die de ambitieuze Veenendaal volgden. Situatie 1966 Het vertrouwen in Veenendaal was groot toen hij naar Minnertsga kwam. Er werd een stukje grond voor fl. 1200 gekocht dat eerst deel uitmaakte van de boomgaard/tuin van Sjouke en Eva Vogel. Een deel van de heg en fruitbomen is toen gerooid om plaats te maken voor de bouw van een houten gebouw dat later als kerk is ingericht. Het houten gebouw kwam op fl. 15.000. Dat het niet duurder werd is te danken aan de hulp van een aantal gemeenteleden die onder leiding van timmerman Van Merode uit Tzummarum - ook aangesloten bij de kerkelijke gemeente - het bouwwerk oprichten. Van binnen werd het keurig ingericht met een mooie preekstoel en dure [...]

Ga naar de bovenkant