Een burgemeester is iemand die het boegbeeld moet zijn van de gemeente. In Minnertsga hebben vroeger burgemeesters gewoond die daar een voorbeeld van waren. Burgemeester L.W. de Vries (1849-1928) en burgemeester Bauke Anema (1870-1950) waren van die boegbeelden in het dorp, maar ook in de gemeente Barradeel waar Minnertsga vroeger toe behoorde. Maar in Den Haag was in het begin van de vorige eeuw een burgemeester die zijn kamer en het stadhuis zelden uitkwam.

 

Mr. Joan Sippo baron Van Harinxsma thoe Slooten was van 1892 – 1898 eerst burgemeester van Leeuwarden en werd daarna burgemeester van Den Haag. Hij voelde zich ver verheven boven het gewone volk om er mee om te gaan. Hij kwam dan ook weinig uit zijn uit zijn burgemeesterskamer vandaan. Slechts weinig Hagenaars hebben het genoegen gehad hem te mogen ontmoeten tijdens zijn ambtsperiode, waarbij deze burgervader dan nog niet naliet duidelijk van zijn hoge afkomst te doen blijken.

Daarbij moeten zijn bestuurlijke kwaliteiten niet buitengewoon zijn geweest. Toen hij op 4 april 1904 stierf, heeft zijn heengaan slechts een heel kleine kring kunnen ontroeren – de Hagenaars zelf zei het overlijden van deze burgervader gewoon niets. Het is interessant en bijzonder verschillend hoe de media van die dagen reageerden op de dood van burgemeester van de residentiestad.

“De burgerij”, aldus de Telegraaf, “stond verre van deze burgemeester, die zelden zich langs de drukke straten vertoonde, geen drang bezat naar het burgervaderlijke, naar minzaam ambtsvertoon buiten de raadzaal en burgemeesterskamer. Nimmer bijna daalde hij van den troon van administratie en gezag, naar het huiselijk verkeer der burgerij. Gevers Deynoot, Patijn, De Beaufort lieten zich gaarne vinden voor een prijsuitreiking, een beschermheerschap, of gaven plechtigheid en eere aan uitvoeringen van de vele zang- en toneel- en gymnastiekvereenigingen der Hagenaars.

Burgemeester Van Harinxma zag men echter zelden of nooit te midden van zijn burgers; de meesten kenden zelfs zijn gelaat niet, noch wisten waar hij woonde. Dat de doodtijding in de stad weinig anders dan als nieuws ontvangen werd, is niet te verklaren uit antipathie of ontevredenheid met het burgermeesterlijk beleid; de burgerij kan niet treuren, want zij heeft haar burgemeester nooit gekend. Baron Van Harinxma werd hier vroeger reeds geschetst als een onbuigzaam Friesch edelman. Uit zijn geheele verschijning sprak het onverzwakte geloof in natuurlijke hoogheid van den adelstand.

Deze naïeve hooghartigheid stempelde zijn gansche wezen. Hij was geen handjes-gevende aristocraat met een overproductie aan glimlachjes voor de “poorters”, die hij echter in het binnenst van zijn gemoed naar de plebs verwijst – maar onze verscheiden burgemeester was spontaan aristocraat, die het bewaren van den afstand niet aan het “bon sens” van den burger overliet, doch zelf steeds en onverbiddelijk zijn hooge geboorte te gevoelen gaf. Menig raadslid heeft dat ervaren.

Deze eigenschap moge hinderlijk zijn geweest – en menigmaal kon dat hier blijken – zij bewees tevens burgemeester’s oprechtheid, want hij was een eerlijk man, die zich in deugd en ondeugd zonder omwegen gaf. Was hij als type van den Frieschen adelstam een bijzondere figuur, als burgemeester ontwikkelde hij geen buitengewone bestuursgaven. Een ernstig werker was hij, die zich geheel gaf aan zijn ambt, maar evenmin als Roets’ eerste opvolger kon hij naar de hoogte reiken van den scherpzinnigen, veel begaafden Roets, die ter wille van Den Haag maar liever niet commissaris in Zeeland had moeten worden.

Baron Van Harinxma kwam echter in een tijd, toen vele groote maatregelen nog dicht in de winselen lagen. De aanvang van een grondige reorganisatie der politie was het eenige bijzondere feit, dat zijn persoonlijken stempel droeg. In den particulieren kring bleek de heer Van Harinxma een braaf, bemind man, kon zijn spontaan adelbesef als deugd gevoed worden, maar dat juist bleek een bezwaar te meer , waar dat hoogheidsbewustzijn tevens zijn scherpst op den voorgrond tredende eigenschap was. Is bezwaarlijk te constateren dat wij een buitengewone burgemeester te betreuren hebben, wel is met baron Van Harinxma een schep omlijnd type heengegaan van de slinkende groep van ouden, stoeren, oprechten Nederlandschen adel”. Aldus de Telegraaf nadat het overlijden van deze onzichtbare burgemeester bekend was geworden. Heeft hij zijn onzichtbaarheid nog meer bekrachtig door zich laten te begraven op kerkhof van Minnertsga; ver van de residentiestad? 28-04-2013 05-59-12_0058

Door een pure toevalligheid werd ik een paar jaar geleden eigenaar van De Prins nr. 42 van 22 april 1904. De Prins was een geïllustreerd tijdschrift. Op de omslag van het blad prijkt het portret van mr. Joan Sippo baron Van Harinxma thoe Slooten. En dat trok toen mijn aandacht omdat ik weet dat er Van Harinxma’s op het kerkhof liggen in Minnertsga. Maar waarom deze persoonlijkheid zo groot op de omslag van De Prins?

Bij het doorbladeren viel mij oog direct op een foto. Heel herkenbaar; dat is de kerk en het kerkhof van Minnertsga. Het bijgaande artikel gaat over de laatste eer en de teraardebestelling de burgemeester Van Harinxma thoe Slooten van Den Haag , zo blijkt. Dat verklaard meteen ook waarom de beste man zo pontificaal staat afgedrukt op de omslag. Een Haagse burgemeester die in Minnertsga wordt begraven; bijzonder!

Voor zover ik weet was De Prins een tijdschrift op christelijke grondslag. In tegenstelling tot het artikel van de Telegraaf is het artikel in De Prins milder en lofprijzender over deze wijlen burgervader.

“Waar wij echter reeds bij eenige foto’s van den uitvaart te ’s Gravenhage eene korte karakterschets hebben gegeven, kunnen wij thans volstaan met een kort verslag over de begrafenisplechtigheid te Minnertsga”, aldus De Prins. “Aan de groeve sprak de heer G. de Wijs namens het Dagelijks Bestuur van de gemeente ’s Gravenhage en dus namens de burgerij, die het vertegenwoordigde. Als tolk van den gemeenteraad herdacht hij den burgemeester en zijn werk. Door zijn dood leed de gemeente een zeer gevoelig verlies, zoodat zijn heengaan in vele kringen diep wordt betreurd. Spr. Huldigde in Baron Van Harinxma een uitnemend hoofd der Koninklijke Residentie, bezield met ridderlijke, trouwe liefde voor Koningin en Vorstenhuis en een der hechtste steunpilaren van den Troon. Spreker wees er op hoe de burgemeester, in de dagen dat het leven van onze Koningin bedreigd werd, in groote onrust verkeerde, en hoe hem een drukkend gewicht van het harte was gewenteld, toen dat gevaar geweken was. Verliest de Koningin in Baron Van Harinxma een hare trouwste dienaren, de gemeente verliest in haar burgemeester een bestuurder met een hoog plichtsbesef, gepaard aan onbeperkte toewijding; de gemeenteraad een strikt onpartijdig en bekwaam leider, die schoon afkeerig van zucht naar populariteit, de gemeente lief had gekregen, en alles deed voor hare ontwikkeling. Hij wijdde zich geheel aan zijne moeilijke , inspannende taak, die al zijn tijd in beslag nam. Als een zijner karaktertrekken wees spreker aan, dat hij was waar in de hooge beteekenis van het woord. Verder herdacht hij zijne krachtige medewerking aan de oplossing van zeer moeilijke vraagstukken in het belang der gemeente, zoodat hij met dankbaarheid zou worden herdacht, wanneer bereikt was, waarnaar hij streefde. Uit zijn ervaring deelde de heer De Wijs nog mede, hoeveel liefde en medelijden de burgemeester had voor ongelukkigen en misdeelden en hoe gaarne hij dan hielp: de uiting van trouw en goed hart, een schoone taak, waarin hij werd bijgestaan door zijne echtgenoote, die in de gemeente ’s Gravenhage eene voorgangster is van velen, waar het geldt lijdenden en verdrukten bij te staan en op te heffen. Zijns inziens lag er voor de nabestaanden een voldoening in, dat de gemeente ’s Gravenhage haren trouwen burgemeester diep betreurt, en dat de vrucht van zijn werk in de schoone Residentie nooit zal verloren gaan.Begrafenis-1904

De oud-minister Jhr. Mr. Röell wijdde eveneens innige woorden aan de nagedachtenis van den overledene, schetste hem vooral als een liefhebbenden, zorgdragenden echtgenoot en vader en als trouwhartig vriend. Nadat de kist onder diepe stilte in een gemetseld eigen graf was neergelaten , trad de zoon van den overledene naar voren, om mede namens zijne moeder en zusters en verdere familieleden te bedanken voor de laatste hulde, zijn vader gebracht”.

Dat was een totaal andere weergave van het leven van baron Van Harinxma. Hoe het ook zei; in Minnertsga heeft hij zijn laatste rustplaats gekregen en is hij echt ‘onzichtbaar’ geworden. Baron mr. Johan Sippo Van Harinxma thoe Slooten was getrouwd Baronesse Anna Clara Electa Walburga Collot d’Escury, dochter van Baron Tjalling Minne Watze Els Collot d’Escury en Maria Taad Wierdsma.

Bron: